Pancreatitis bij honden - pancreatitis en pancreasinsufficiëntie

De alvleesklier van je hond speelt een belangrijke rol bij de vertering en opname van voedsel. Als deze niet goed werkt, kunnen er spijsverteringsproblemen zoals diarree ontstaan. Een aangepast dieet speelt vaak een belangrijke rol bij aandoeningen van de alvleesklier. We geven je waardevolle tips over de juiste voeding en laten je zien waar je op moet letten bij het voeden van je hond.

Ofrieda, 15 juni 2021 – Laatste controle: 30 juli 2026

Hoofdstukoverzicht

Als de alvleesklier niet meer goed werkt – De taken van de alvleesklier

Oorzaken van pancreasinsufficiëntie bij honden

Pancreatitis of een pancreasinsufficiëntie?

Symptomen van een alvleesklieraandoening bij de hond

Diagnose - alvleesklierziekten in een vroeg stadium herkennen

Behandeling van pancreatitis bij honden

Het juiste dieet voor honden met pancreatitis

Onze voedingsaanbeveling voor honden met pancreatitis

De 11 meest gestelde vragen over alvleesklierontsteking bij honden

Veldverslag door Dr Catarina Grib

Als de alvleesklier niet meer goed werkt – De taken van de alvleesklier

De alvleesklier bestaat uit twee hoofddelen: het exocriene en het endocriene deel. Het exocriene deel zorgt voor de productie en afgifte van spijsverteringsenzymen. In het endocriene deel worden de hormonen insuline en glucagon aangemaakt. Insuline reguleert de bloedsuikerspiegel en speelt daarmee een belangrijke rol in de stofwisseling. Een stoornis in het endocriene deel kan bijdragen aan het ontstaan van diabetes mellitus.

 

De spijsverteringsenzymen breken de voedingsstoffen uit het hondenvoer af, zodat de hond ze kan opnemen en benutten. Als de alvleesklier niet goed meer werkt, kunnen eiwitten, koolhydraten en vetten niet meer goed worden verteerd. Dit kan leiden tot een tekort aan voedingsstoffen en gewichtsverlies. Zonder behandeling kunnen ernstige aandoeningen van de alvleesklier levensbedreigend worden. Veel honden reageren echter goed op een passende behandeling door de dierenarts. Hoe snel de klachten verbeteren, hangt af van de oorzaak en het verloop van de aandoening. Met een aangepaste behandeling en voeding kunnen veel honden ondanks een aandoening aan de alvleesklier een goede levenskwaliteit behouden.

Oorzaken van pancreasinsufficiëntie bij honden

Een alvleesklierafwijking kan verschillende oorzaken hebben. Bij bepaalde hondenrassen komt een erfelijke vorm van de aandoening vaker voor. De puppy’s worden in eerste instantie geboren met een normaal functionerende alvleesklier. Na verloop van tijd kan het alvleesklierweefsel echter afnemen. Men vermoedt dat een auto-immuunreactie dit proces veroorzaakt. Daardoor kunnen jonge honden al de eerste symptomen van een alvleesklieraandoening vertonen.

 

Ook een alvleesklierontsteking kan een oorzaak zijn van een alvleesklierinsufficiëntie. Als de alvleesklier ontstoken raakt, kan het weefsel beschadigd raken. Als het weefsel ernstig is aangetast, kan er een alvleesklierinsufficiëntie ontstaan. Na een eenmalige ontsteking is zo’n ernstige beschadiging echter zeldzaam. Vaak ontstaat een pancreasinsufficiëntie als gevolg van een chronische alvleesklierontsteking. Daarbij komen de ontstekingen in terugkerende opflakkeringen voor.

Andere mogelijke oorzaken van een zwakke alvleesklier:

een langdurig onevenwichtige voeding met veel vet of moeilijk verteerbare bestanddelen

bepaalde medicijnen (bijv. asparaginase, fenobarbital of sommige antibiotica)

hormonale aandoeningen (bijv. diabetes, een traag werkende schildklier of de ziekte van Cushing)

Infecties of tumoren in of rond de alvleesklier

Pancreatitis of een pancreasinsufficiëntie?

Tot de meest voorkomende aandoeningen van de alvleesklier bij honden behoren pancreatitis en pancreasinsufficiëntie. Pancreatitis is een ontsteking van de alvleesklier. Bij acute pancreatitis treedt de ontsteking meestal alleen in de alvleesklier op. In ernstige gevallen kan de ontsteking ook andere organen aantasten en tot ernstige complicaties leiden. In sommige gevallen ontstaat chronische pancreatitis, waarbij de ontstekingen in opflakkeringen voorkomen. De terugkerende ontstekingen kunnen het weefsel van de alvleesklier beschadigen en littekens veroorzaken. Als het weefsel al ernstig beschadigd is, kan er pancreasinsufficiëntie ontstaan. Hierdoor worden er minder spijsverteringsenzymen aangemaakt. De voedingsstoffen uit het voer kunnen niet meer goed worden verteerd en opgenomen, en worden deels onbenut uitgescheiden. Dit kan leiden tot tekorten aan voedingsstoffen en vitamines, en tot een onvoldoende energievoorziening. De hond kan duidelijke tekorten gaan vertonen. In vakkringen wordt pancreasinsufficiëntie ook wel exocriene pancreasinsufficiëntie (EPI) genoemd.

Symptomen van een alvleesklieraandoening bij de hond

Afhankelijk van de aandoening aan de alvleesklier vertoont de hond verschillende symptomen. De aard van de klachten geeft vaak al een eerste aanwijzing of er eerder sprake is van een ontsteking van de alvleesklier (pancreatitis) of van een te lage werking van de alvleesklier (pancreasinsufficiëntie).

Pancreatitis bij honden - symptomen

buikpijn
braken
diarree
Verlies van eetlust en apathie
Gewichtsverlies

Alvleesklierinsufficiëntie bij honden - symptomen

Aanhoudende diarree
Vaak ontlasting
Grote hoeveelheden ontlasting
onverteerd voer in de ontlasting
Gewichtsverlies
trek
Het eten van poep en afval
winderigheid

Diagnose - alvleesklierziekten in een vroeg stadium herkennen

Het stellen van een diagnose bij alvleesklieraandoeningen bij honden kan best lastig zijn. De symptomen zijn vaak vaag en kunnen ook bij andere aandoeningen voorkomen. Door een combinatie van klinisch onderzoek, anamnese, bloedonderzoek en beeldvormende technieken kun je meestal een betrouwbare diagnose stellen.

Klinisch onderzoek en medische voorgeschiedenis

Eerst wordt je hond onderzocht op symptomen zoals buikpijn, uitdroging en gewichtsverlies. Vertel in de dierenkliniek uitgebreid over de symptomen, de ziektegeschiedenis en het voer van je hond. Deze informatie helpt om de oorzaak van de klachten te achterhalen en maakt het stellen van de diagnose makkelijker.

Bloedonderzoek

Bloedonderzoeken spelen een cruciale rol bij het stellen van de diagnose van alvleesklieraandoeningen bij honden. Daarbij worden verschillende bloedwaarden onderzocht. Enzymen zoals amylase en lipase, en speciale bloedwaarden zoals de trypsine-achtige immunoreactiviteit (TLI), kunnen aanwijzingen geven voor een ontsteking of een functiestoornis van de alvleesklier. Ook wordt de bloedsuikerspiegel gemeten, omdat veranderingen daarin onder andere kunnen wijzen op diabetes mellitus. Daarnaast geven de bloedresultaten aanwijzingen over ontstekingen of andere bijkomende aandoeningen en helpen ze de dierenarts bij het stellen van de diagnose.

Echografie

Met behulp van een echografie worden de alvleesklier en het omliggende weefsel onderzocht. Veranderingen in grootte, vorm of structuur kunnen wijzen op een aandoening van de alvleesklier. Daarnaast kunnen er op de echografie bijvoorbeeld tumoren of andere afwijkingen aan de alvleesklier en in het omliggende weefsel zichtbaar worden.

Röntgenfoto's en computertomografie (CT)

Röntgenfoto’s en CT-scans geven een gedetailleerd beeld van de buikorganen en eventuele afwijkingen. De informatie die hieruit wordt verkregen, kan helpen bij het stellen van een diagnose door de dierenarts.

Biopsie

In sommige gevallen kan een weefselmonster van de alvleesklier nodig zijn om de diagnose te bevestigen. Een biopsie is het afnemen van een weefselmonster uit de alvleesklier. Uit microscopisch onderzoek van het weefselmonster kan blijken of er sprake is van ontstekingen, infecties of tumoren.

Behandeling van pancreatitis bij honden

De behandeling hangt af van de symptomen van je hond en het soort alvleesklieraandoening. Het doel van de behandeling is om de symptomen te verlichten, de werking van de alvleesklier te ondersteunen en de levenskwaliteit van je hond te verbeteren. Met een vroege en passende behandeling is de prognose voor veel honden met pancreatitis gunstig.

Als je hond herhaaldelijk moet overgeven, kan het in overleg met de dierenarts zinvol zijn om even te stoppen met voeren. Zorg er wel voor dat je hond voldoende drinkt. Even stoppen met voeren kan helpen om het spijsverteringskanaal tijdelijk te ontlasten. Daarnaast kan het zinvol zijn om over te stappen op een geschikt dieetvoer voor honden met alvleesklieraandoeningen. Een aangepast dieet kan helpen de alvleesklier te ontlasten en zorgen voor een op de behoefte afgestemde toevoer van voedingsstoffen. Afhankelijk van de aandoening kunnen daarnaast ontstekingsremmende en pijnstillende medicijnen worden gebruikt. Bij hevige pijn wordt in de dierenartspraktijk onder andere metamizol (Novalgin®) gebruikt. Of dit medicijn geschikt is, bepaalt het dierenartsenteam. Bij pancreasinsufficiëntie worden spijsverteringsenzymen in de vorm van tabletten of poeder toegediend om de vertering van het voer te ondersteunen. Bekende spijsverteringsenzymen voor honden met EPI zijn bijvoorbeeld Almazyme en Enzymopank.

Bij ernstige pancreatitis kan in sommige gevallen een operatie nodig zijn, bijvoorbeeld om abcessen of cysten te behandelen. Of een operatie nodig is, hangt af van de ernst van de aandoening en de gezondheidstoestand van je hond. Een vroege diagnose en behandeling kunnen het risico op complicaties verminderen. Afhankelijk van het soort en het verloop van de aandoening kan een langdurige of zelfs levenslange aanpassing van het dieet nodig zijn, en eventueel ook medicatie. Regelmatige controlebezoeken bij de dierenarts helpen om het verloop van de ziekte in de gaten te houden.

Huismiddeltjes voor aandoeningen van de alvleesklier

Een alvleesklieraandoening bij de hond is een aandoening die je serieus moet nemen. Daarom moet de behandeling altijd in overleg met de dierenarts gebeuren. Bij onvoldoende behandeling kunnen ernstige gevallen levensbedreigend zijn. Daarom raden we aan om bij alvleesklieraandoeningen geen huismiddeltjes te gebruiken. Een aangepast voedingspatroon kan de behandeling door de dierenarts goed ondersteunen en helpen om rekening te houden met de speciale voedingsbehoeften van je hond.

Het juiste dieet - Wat mag een hond met alvleesklierontsteking eten?

Bij aandoeningen aan de alvleesklier speelt aangepaste voeding een belangrijke rol. Als je hond bijvoorbeeld EPI heeft, is het meestal nodig om zijn hele leven lang speciale enzympreparaatjes te geven. Die vullen het tekort aan spijsverteringsenzymen aan en worden bij elke maaltijd toegevoegd. Daarnaast moet het voer voor honden met alvleesklieraandoeningen extra licht verteerbaar zijn. Voer dat heel goed verteerbaar is, kan helpen om de spijsvertering te vergemakkelijken en de alvleesklier zo min mogelijk te belasten. Afhankelijk van de aandoening kan een speciaal dieetvoer met goed verteerbare koolhydraten, vetten en eiwitten zinvol zijn.

Hoeveel maaltijden moet ik mijn hond geven?

Om de spijsvertering zo goed mogelijk te ondersteunen, kan het handig zijn om de dagelijkse hoeveelheid voer over drie tot vijf maaltijden te verdelen. Dit kan het maag-darmkanaal ontlasten en ervoor zorgen dat je hond het voer beter verdraagt. Het wordt aangeraden om je hond zo veel mogelijk altijd op hetzelfde tijdstip te voeren, omdat dit een positief effect kan hebben op de spijsvertering. Tussen de maaltijden door moet je hond zo min mogelijk extra snacks of traktaties krijgen.

Hoeveel moet ik mijn hond voeren?

Sommige honden vallen door de ziekte flink af en zitten onder hun ideale gewicht. Bij honden met exocriene pancreasinsufficiëntie (EPI) helpt het toedienen van spijsverteringsenzymen vaak om de opname van voedingsstoffen te verbeteren en gewichtstoename te bevorderen. Als dit niet genoeg is, kan het zinvol zijn om de dagelijkse hoeveelheid voer aan te passen. Afhankelijk van de voedingsstatus kan de dagelijkse hoeveelheid voer tijdelijk met maximaal 30 % worden verhoogd. De exacte hoeveelheid voer moet echter per hond worden aangepast. Vraag hierover het beste advies aan je dierenarts.

Waar moet ik op letten bij het kiezen van voedsel?

Een aangepast dieet is belangrijk om rekening te houden met de speciale voedingsbehoeften van honden met alvleesklieraandoeningen. Bij pancreatitis worden vaak licht verteerbare koolhydraten en hoogwaardige eiwitten aangeraden. Geschikte ingrediënten zijn bijvoorbeeld rijst en insecteneiwit.

Let bij het kiezen van geschikt voer op het vetgehalte, want een hoog vetgehalte kan de alvleesklier belasten. Houd er echter rekening mee dat de vetgehaltes van droog- en natvoer niet direct met elkaar te vergelijken zijn. Dit komt door het verschil in watergehalte tussen beide soorten voer: terwijl droogvoer slechts ongeveer 10 % vocht bevat, bestaat natvoer voor 70 tot 80 % uit water. Daarom moet je de vetgehaltes altijd vergelijken op basis van de droge stof.

Als richtlijn geldt: droogvoer mag maximaal 10 % vet bevatten, wat neerkomt op ongeveer 11 % vet in de droge stof. Bij natvoer ligt het aanbevolen vetgehalte op maximaal 2,5 %, wat eveneens neerkomt op ongeveer 11 % in de droge stof. De droge stof is het deel van het voer dat overblijft nadat het water eruit is gehaald. Zo kun je voedingsstoffen zoals vet of eiwit beter vergelijken, zonder dat je rekening hoeft te houden met het watergehalte. Het volgende diagram laat zien hoeveel vet je binnenkrijgt bij droog- en natvoer.

Vetinname voor een hond van 10 kg

Natvoer vs. droogvoer met een vetgehalte van 15 % in beide gevallen.

Naast het vetgehalte is ook de verteerbaarheid een belangrijke factor. Hoe beter een voer verteerbaar is, hoe beter het de spijsvertering kan ondersteunen en de alvleesklier zo min mogelijk belast. Als richtlijn geldt een verteerbaarheid van ruw eiwit van meer dan 85 % en een verteerbaarheid van ruw vet van meer dan 90 %. Als deze waarden niet op de verpakking staan, kun je dit bij de fabrikant navragen.

Een andere factor die de verteerbaarheid van voer kan beïnvloeden, is het gehalte aan ruwe celstof. Ruwe celstof bestaat uit onverteerbare bestanddelen die de spijsvertering beïnvloeden. Voor honden met pancreatitis wordt vaak een vrij laag ruwvezelgehalte aanbevolen. Als richtlijn geldt maximaal 4 % bij droogvoer en maximaal 1 % bij natvoer. Een vrij laag ruwvezelgehalte kan bijdragen aan een goede verteerbaarheid van het voer.

Let erop dat het voer is aangeduid als een dieetvoeder voor honden met pancreatitis of met een ander specifiek voedingsdoel. Zo weet je zeker dat het voldoet aan de speciale eisen voor dieetvoeding en bedoeld is als voedingsondersteuning. Op de productpagina of het etiket zou bijvoorbeeld de volgende vermelding moeten staan: „Diëetvoeding voor volwassen honden. Specifiek voedingsdoel: compensatie bij onvoldoende spijsvertering en bij exocriene pancreasinsufficiëntie.“

Welke groenten kan mijn hond eten bij pancreatitis?

Bij pancreatitis is het belangrijk om goed op de keuze van de groenten te letten. Bepaalde groentesoorten zijn moeilijker verteerbaar en worden bij pancreatitis vaak afgeraden. Groentesoorten met veel vezels moet je maar met mate geven. Let er ook op dat sommige groentesoorten eerst gekookt moeten worden voordat je ze geeft, zodat ze beter verteerbaar zijn. Meer info over groenten voor je hond vind je in dit artikel.

Geschikte groenten voor honden met pancreatitis:

Zoete aardappelen en aardappelen zijn goede bronnen van koolhydraten en bevatten weinig vet.

Pompoen en courgette zijn door hun lage vetgehalte en omdat ze goed verteerbaar zijn vaak geschikt voor honden met pancreatitis.

Rijst wordt gezien als een licht verteerbare bron van koolhydraten en wordt vaak aangeraden voor honden met pancreatitis.

Mag ik mijn hond traktaties geven?

Je hond hoeft ondanks een alvleesklieraandoening niet af te zien van een lekkere beloning. Bij het kiezen van de snoepjes moet je wel op een paar dingen letten, zodat ze passen bij het aangepaste dieet van je hond.

Vetgehalte:

Zorg ervoor dat de snoepjes weinig vet bevatten. Vetrijke snacks kunnen schadelijk zijn voor honden met alvleesklieraandoeningen en worden vaak afgeraden.

Eenvoudige ingrediënten: 

Kies snoepjes met weinig ingrediënten die je hond goed verdraagt. Een overzichtelijke ingrediëntenlijst kan je helpen om de verdraagbaarheid beter in te schatten. Vermijd snacks met suiker.

Kleine hoeveelheden:

Geef je hond alleen kleine hoeveelheden snoepjes, zodat ze goed in het dagelijkse voedingsschema passen en de dagelijkse vetinname zo laag mogelijk blijft.

Onze tip: gebruik het dieetdroogvoer van je hond als traktatie. Zo kun je hem bijvoorbeeld ook tijdens de training belonen en tegelijkertijd zijn gebruikelijke voeding aanhouden.

Wat mag mijn hond niet eten?

Bepaalde voedingsmiddelen zijn minder geschikt voor honden met alvleesklieraandoeningen. Hieronder vallen vooral vette voedingsmiddelen en ongewone of bijzonder grote maaltijden. Daarnaast moet je je hond zo min mogelijk rauw vlees of botten geven, omdat die moeilijker verteerbaar kunnen zijn.

Houdt mijn hond met pancreatitis kwark krijgen?

Bij pancreatitis kan het handig zijn om magere kwark in kleine hoeveelheden te geven. Magere kwark bevat veel eiwitten en minder vet dan veel andere zuivelproducten. Let bij het kiezen van kwark op magere varianten zonder suiker. Geschikt zijn bijvoorbeeld magere kwark of magere, korrelige verse kaas. Geef je hond kwark alleen af en toe en in kleine hoeveelheden, zodat het goed in het voedingsschema past.

 

Sommige honden reageren gevoelig op zuivelproducten, vooral als ze last hebben van spijsverteringsproblemen of voedselintoleranties. In zulke gevallen kan kwark maag- en darmklachten veroorzaken en kun je het beter niet geven. Vraag bij twijfel advies aan je dierenarts. Samen kunnen jullie dan beslissen of kwark geschikt is voor je hond.

Onze voedingsaanbeveling voor honden met pancreatitis

Bij een alvleesklierontsteking speelt de juiste voeding een cruciale rol. Onze variant Mild voor de Maag speciaal ontwikkeld voor honden met bijzondere voedingsbehoeften en is een volledig dieetvoeder ter compensatie bij een slechte spijsvertering en bij exocriene pancreasinsufficiëntie. De samenstelling combineert licht verteerbare ingrediënten met een aangepast vet- en ruwvezelgehalte. Zo bevat ons droogvoer slechts 7,9 % ruw vet en 1,8 % ruwvezel, en het natvoer zelfs maar 2,5 % ruw vet en 0,6 % ruwvezel. Ook qua verteerbaarheid voldoet ons Mild voor de Maag aan Mild voor de Maag eisen. De verteerbaarheid van het ruwe eiwit in het droogvoer bedraagt 91,4 % en ondersteunt zo een op de behoefte afgestemde voeding voor honden met een slechte spijsvertering. Als dieetvoeding voorziet het voer je hond dagelijks van alle belangrijke voedingsstoffen en is het daarbij afgestemd op zijn speciale voedingsbehoeften.

Klanten met blije honden

De 11 meest gestelde vragen over alvleesklierontsteking bij honden

Als je hond de diagnose alvleesklierontsteking heeft gekregen, heb je waarschijnlijk heel wat vragen. Hier vind je antwoorden op de meest gestelde vragen over de aandoening en de juiste voeding.

Wat zijn de symptomen van pancreatitis bij honden?

Veelvoorkomende symptomen van pancreatitis zijn braken, buikpijn, gebrek aan eetlust en diarree. Veel honden zien er bovendien futloos en uitgeput uit. Door het braken en de diarree kan er vochttekort ontstaan. In ernstige gevallen kunnen ook koorts of een duidelijk verslechterde algemene toestand optreden. In dat geval moet je je hond meteen naar een dierenkliniek brengen.

Kan de alvleesklier van een hond herstellen?

In veel gevallen kan de alvleesklier weer herstellen, vooral als de aandoening vroeg wordt ontdekt en door een dierenarts wordt behandeld. Met de juiste behandeling kunnen de klachten bij veel honden flink verbeteren. Een vroege diagnose en behandeling zijn daarbij heel belangrijk. Als een alvleesklierontsteking pas laat wordt ontdekt of als het een ernstig verloop heeft, kan het chronisch worden en langdurige gevolgen hebben.

Wat kalmeert de alvleesklier bij honden?

Om de alvleesklier zo goed mogelijk te laten herstellen, zijn een behandeling door de dierenarts, voldoende rust en aangepast voer heel belangrijk. Afhankelijk van hoe ernstig de aandoening is, hoort er vaak vetarm voer bij, samen met medicijnen tegen pijn en misselijkheid. Met een vroege en passende behandeling kunnen veel honden goed herstellen.

Wat mag een hond met alvleesklierontsteking eten?

Na een pancreatitis is de juiste voeding echt superbelangrijk. Meestal is vetarm en licht verteerbaar voer geschikt, met ingrediënten die goed worden verdragen, zoals rijst en eiwitten uit insecten of kip. Er zijn ook dieetvoeders die speciaal zijn afgestemd op de voedingsbehoeften van honden met alvleesklierontsteking.

Welke kleur heeft de ontlasting bij pancreatitis?

Bij sommige honden met een alvleesklieraandoening kan ook de ontlasting veranderen. Die kan er lichter, gelig of vettig uitzien. Veranderingen in de ontlasting kunnen een eerste aanwijzing zijn dat de spijsvertering verstoord is.

Wat is giftig voor de alvleesklier?

Vooral maaltijden met veel vet kunnen de klachten bij een alvleesklierontsteking verergeren. Daarom wordt meestal een vetarm dieet aangeraden. Ook bepaalde medicijnen kunnen het risico op een alvleesklierontsteking verhogen.

Kan een hond sterven aan pancreatitis?

Ja. Een alvleesklierontsteking kan in ernstige gevallen levensbedreigend zijn en zonder behandeling fataal aflopen. Een ernstige acute pancreatitis kan leiden tot ernstige complicaties, tot en met orgaanfalen. Daarom moet je je hond bij een vermoeden van alvleesklierontsteking zo snel mogelijk naar een dierenkliniek brengen.

Hoe lang duurt het voordat een hond herstelt van pancreatitis?

Hoe lang het herstel duurt, hangt onder andere af van hoe ernstig de ontsteking is. In lichte gevallen kan je hond al na één tot twee weken weer helemaal de oude zijn. Bij ernstigere of chronische gevallen kan het herstel echter meerdere weken of zelfs maanden duren. Tijdens het herstel zijn behandeling door de dierenarts, voldoende rust en aangepast, vetarm voer extra belangrijk.

Welke medicijnen veroorzaken pancreatitis bij honden?

Er wordt gezegd dat sommige medicijnen mogelijke risicofactoren voor pancreatitis zijn. Daaronder vallen onder andere bepaalde corticosteroïden, chemotherapie-middelen en diuretica. Of er een verband is, moet echter altijd per geval door een dierenarts worden beoordeeld.

Welke voedingsmiddelen zijn verboden bij pancreatitis?

Vermijd vooral erg vette voedingsmiddelen en lekkernijen. Denk bijvoorbeeld aan vette vleessoorten, vette kaassoorten en vette snacks. Ook moeilijk verteerbare voedingsmiddelen moet je bij pancreatitis zo veel mogelijk vermijden. Een aangepast, vetarm dieet speelt een belangrijke rol bij een alvleesklierontsteking.

Wat zijn de symptomen van pancreatitis?

De eerste tekenen zijn vaak vaag: je hond eet minder, lijkt vermoeider dan normaal of trekt zich terug. Later kunnen er symptomen bijkomen zoals braken, buikpijn en diarree. Als je deze tekenen opmerkt, moet je je hond zo snel mogelijk laten onderzoeken. Bij ernstige klachten of een duidelijk verslechterde algemene toestand is een dierenkliniek het juiste adres.

Veldverslag door Dr Catarina Grib

Dr. Catarina Grib is al sinds 2019 klant bij ons. Haar hond heeft juveniele exocriene pancreasinsufficiëntie (EPI). In een interview vertelt ze hoe ze Ofrieda heeft ontdekt, welke uitdagingen de aandoening met zich meebrengt en welke ervaringen ze heeft opgedaan met de voeding van haar hond.

Hallo Catarina. Je hebt ons verteld dat je hond lijdt aan alvleesklierinsufficiëntie. Hoe beïnvloedt deze ziekte je hond?

Toen mijn hond 4 maanden oud was, kreeg hij chronische diarree. Ik ben overgestapt van Josera naar Reico natvoer. Omdat er geen verbetering optrad en ik dagelijks tot wel vijf blikjes van 800 gram moest geven om zijn gewicht op peil te houden, ben ik overgestapt op Royal Canine Intestinal, en daarna op zelfgemaakte maaltijden (kipfilet, aardappelpuree, wortelen). Een natuurgeneeskundige stelde de diagnose ‘voedselallergie’ en dus kreeg hij natvoer met geitenvlees van VetConcept. De diarree bleef, er kwam ook slijm bij en mijn hond kwam niet aan. Toen kwam de juiste diagnose: juveniele pancreasinsufficiëntie. Geitenvlees, zoete aardappelen, groenten (alles goed doorgekookt) en het toedienen van alvleesklier-enzymen (Almazyme en Enzymopank) waren de oplossing voor het raadsel. Na ongeveer vijf maanden werkte dit dieet echter ook niet meer. De diarree kwam terug, en daar kwamen nog een acute pancreatitis en een duidelijk gewichtsverlies bij. Mijn dierenarts raadde Canis Alpha aan, waardoor hij weliswaar van de diarree afkwam, maar binnen de kortste keren volledig verzuurd was.

Waar moet je vooral op letten bij het kiezen van hondenvoer en waarom heb je voor ons hondenvoer gekozen?

Vanwege een alvleesklierinsufficiëntie moest ik vooral letten op een laag vetgehalte en goed verteerbare ingrediënten. Met kip, rundvlees en wild heb ik helaas geen goede ervaringen gehad bij mijn hond. Daarom heb ik lang naar geschikte voeding gezocht en ben ik uiteindelijk op Ofrieda gestuit. Wat me vooral overtuigt, is het aangepaste vetgehalte en de licht verteerbare samenstelling. Daarnaast vind ik het fijn dat er geen dierlijke bijproducten en granen in zitten.

Hoe verdraagt jouw hond ons hondenvoer met insecteneiwit? Heb je al veranderingen opgemerkt?

Mijn hond heeft jullie voer vanaf het begin heel goed verdragen. Al na een paar dagen zag ik dat hij was aangekomen. Inmiddels heeft hij weer zijn ideale gewicht bereikt. Ook zijn ontlasting is aanzienlijk verbeterd en hij ziet er over het algemeen weer veel levendiger uit.

Hoe ging de voerverandering?

Op de eerste dag van de overstap had mijn hond nog wat diarree. Maar omdat ik het voer niet geleidelijk kon omstellen, konden we alleen maar meteen overschakelen. Al op de tweede dag werd de ontlasting steviger en vanaf de derde dag was die weer goed gevormd. Mijn hond verdraagt het voer sindsdien heel goed en heeft aanzienlijk minder voer nodig dan voorheen. In overleg met de dierenarts konden we later zelfs de dosis alvleesklier-enzymen verlagen.

Welke enzymen voeg je toe aan het voer? Zijn er alternatieven voor Enzymopank en Almazyme?

Het is gebruikelijk om Almazyme toe te voegen. Als je dit doet, moet het insectenvoer minstens een uur in water weken. Bij mijn hond was het effect echter niet bevredigend, en bovendien roken zowel mijn hond als zijn poep behoorlijk sterk. Als alternatief voeg ik verse runderpancreas toe aan je voer, die ik via Haustierkost.de bestel. Daar heb ik persoonlijk heel goede ervaringen mee. De runderpancreas wordt direct door het voer gemengd. Ik laat het ontdooien en geef het op kamertemperatuur.

Zijn er al terugvallen geweest?

Ondanks dat ik hem goed voer, kan de toestand van mijn hond af en toe tijdelijk verslechteren. Ik heb vaak het gevoel dat stress daarbij een rol speelt. In overleg met mijn dierenarts geef ik hem dan bromelaïne. Daar heb ik goede ervaringen mee bij mijn hond.

Is er nog iets dat je ons wilt vertellen?

Wil ik nog iets zeggen? Achteraf gezien had ik graag al eerder jullie voer ontdekt.