Of vleesloos voer als soortspecifiek wordt beschouwd, is omstreden. Voor de voedingsfysiologische beoordeling is het doorslaggevend of het voer op betrouwbare wijze in de specifieke voedingsbehoeften van de kat voorziet. Voer dat in die behoeften voorziet, kan aan de voedingsfysiologische eisen voldoen. Of het daarnaast ook als soortspecifiek wordt beschouwd, hangt ook af van de definitie die je hanteert. Ook in traditioneel voer zijn veel voedingsstoffen niet van nature aanwezig, maar worden ze toegevoegd. Neem bijvoorbeeld taurine: dat gaat verloren tijdens de verwerking van het voer – zelfs in dierlijke producten – en wordt bijna altijd aangevuld. Hetzelfde geldt voor vitamine B12 en vitamine A. Als toevoegingen in traditioneel voer vanzelfsprekend zijn, is er geen reden om ze bij vleesloos voer anders te beoordelen.