Nierinsufficiëntie bij honden - symptomen, behandeling & levensverwachting

De nieren zijn voor je hond levensbelangrijke organen. Hun belangrijkste taak is het filteren van het bloed en het afvoeren van stofwisselingsproducten uit het lichaam. Daardoor vervullen ze tal van belangrijke functies in het lichaam. Nierinsufficiëntie kan de gezondheid van je hond aanzienlijk aantasten en verschillende gevolgen hebben. We laten je zien welke maatregelen bij nierinsufficiëntie zinvol kunnen zijn en waar je in het dagelijks leven op moet letten.

Ofrieda, 8 december 2023 – Laatst gecontroleerd: 17 juni 2026

Hoofdstukoverzicht

Wat is nierfalen bij honden?

Gevolgen - Hoe nierinsufficiëntie honden beïnvloedt

Oorzaken van nierfalen

Symptomen van nierfalen bij honden

Diagnose - Hoe je hond wordt onderzocht

Progressie - De vier stadia van nierinsufficiëntie

Levensverwachting - Hoe lang kan je hond leven met nierproblemen?

Behandeling - Hoe je je hond kunt helpen

Voeding - De nieren ontlasten met de juiste voeding

De 8 meest gestelde vragen over nieraandoeningen bij honden

Profylaxe - tips om nierproblemen te voorkomen

Wat is nierfalen bij honden?

De term ‘insufficiëntie’ betekent dat een orgaan niet meer goed werkt. De nieren bestaan uit heel veel kleine filtercellen, de zogenaamde nefronen. Bij nierinsufficiëntie sterven deze cellen na verloop van tijd af, waardoor de nieren niet meer goed werken. De nieren hebben een grote functionele reserve, waardoor de overgebleven filtercellen het verlies in eerste instantie kunnen opvangen. Daardoor worden de nog werkende cellen op de lange termijn zwaarder belast en kunnen ze ook beschadigd raken. Dit leidt tot een voortschrijdend proces waarbij de nierfunctie steeds verder afneemt. De verminderde functie merk je vaak pas als er al een groot deel van het nierweefsel is aangetast (meestal 60 tot 70 %). In gevorderde stadia kan de nierinsufficiëntie de levenskwaliteit van de hond aanzienlijk aantasten en tot nierfalen leiden. Tijdige veterinaire zorg en een aangepaste behandeling kunnen helpen om de levenskwaliteit van getroffen honden zo lang mogelijk te behouden.

Acute nierfalen

Acute nierinsufficiëntie (ANI) treedt plotseling op en zorgt ervoor dat de nieren hun functie gedeeltelijk of helemaal verliezen. Vaak neemt de nierfunctie binnen korte tijd sterk af en kan dit levensbedreigend worden voor de hond. Bij een ernstig functieverlies zijn de nieren niet meer in staat om voldoende urine aan te maken. Je hond plast dan minder of helemaal niet meer. Als de oorzaak vroeg wordt ontdekt en behandeld, kan de nierfunctie zich in veel gevallen weer herstellen. Blijft de ANI onbehandeld, kan het uitgroeien tot chronisch nierfalen, wat meestal niet te genezen is.

Chronisch nierfalen

Bij chronische nierinsufficiëntie (CNI) sterft het nierweefsel geleidelijk af. De ziekte verloopt meestal langzaam en in fasen. Dat betekent dat de ernst ervan per fase kan verschillen. Vaak wordt chronische nierinsufficiëntie pas ontdekt als al 60 tot 70 % van het nierweefsel beschadigd is. Tot die tijd probeert het resterende nierweefsel het functieverlies te compenseren. Getroffen honden vertonen in het begin vaak alleen lichte symptomen, zoals meer drinken of vaker plassen. Naarmate de ziekte vordert, kunnen de klachten toenemen. Chronische nierziekte wordt meestal als ongeneeslijk beschouwd, omdat reeds beschadigd nierweefsel zich niet kan herstellen. Met aangepaste veterinaire zorg en voeding kun je getroffen honden in het dagelijks leven ondersteunen en hun levenskwaliteit zo lang mogelijk behouden.

Acute nierfalen (ANI)

Plotseling, tijdelijk

Vaak plotseling verlies van nierfunctie

bij vroegtijdige behandeling in veel gevallen te genezen

Verminderde of afwezige urine-uitscheiding

Chronische nierfalen (CRF)

Geleidelijk, in vlagen

Geleidelijk verlies van nierfunctie

Meestal niet te genezen

Verhoogde urineproductie, meer drinken

Gevolgen - Hoe nierinsufficiëntie honden beïnvloedt

Honden hebben, net als wij mensen, twee nieren. Bij de hond zitten ze rechts en links naast de ruggengraat, ter hoogte van de lendenen. De belangrijkste taak van de nieren is het zuiveren van het bloed en het afvoeren van stofwisselingsproducten via de urine. Daarmee behoren de nieren tot de belangrijkste uitscheidingsorganen van het lichaam. Daarnaast vervullen ze nog tal van andere taken en dragen ze bij aan veel belangrijke lichaamsfuncties. Daarom kunnen nieraandoeningen gevolgen hebben voor veel delen van het lichaam en de gezondheid van de hond flink aantasten.

Urinevergiftiging - uremie bij honden

De nieren bestaan uit heel veel kleine filtereenheden, de zogenaamde nefronen. Deze filteren stofwisselingsproducten en andere stoffen die via de urine moeten worden afgevoerd uit het bloed. Daar horen onder andere ureum, urinezuur en creatinine bij. De gefilterde stoffen worden samen met overtollig water via de urine uitgescheiden.

 

Door nierinsufficiëntie neemt het filtervermogen van de nieren af. Daardoor kunnen stoffen die via de urine moeten worden afgevoerd zich in het lichaam ophopen, wat kan leiden tot uremie (urinevergiftiging). Dit kan verschillende klachten veroorzaken, zoals misselijkheid, gebrek aan eetlust, braken en een onaangename geur uit de mond. In vergevorderde gevallen kan urämie bovendien andere organen, zoals het hart of de longen, belasten en tot verdere gezondheidscomplicaties leiden.

Meer plassen - polyurie bij honden

De nieren regelen de water- en mineralenbalans van het lichaam. Ze bepalen onder andere hoeveel water en welke mineralen via de urine worden uitgescheiden.

 

Bij nierinsufficiëntie kan er sprake zijn van een verhoogde urineproductie (polyurie). Hierdoor kunnen er meer mineralen zoals natrium, kalium, calcium en fosfor verloren gaan. Dit kan bijdragen aan veranderingen in de mineralenbalans. Tegelijkertijd kan het verhoogde vochtverlies het risico op uitdroging vergroten.

 

In andere gevallen kunnen bepaalde mineralen in het lichaam worden vastgehouden. Dit kan verdere gevolgen voor de gezondheid hebben. Zo kan een verhoogd kaliumgehalte (hyperkaliëmie) de hartfunctie beïnvloeden en in ernstige gevallen levensbedreigend worden. Verhoogde fosfaatwaarden kunnen bovendien veranderingen in de botstofwisseling bevorderen. Overtollige mineralen kunnen zich onder bepaalde omstandigheden afzetten in weefsels en bloedvaten en zo verdere complicaties, zoals hart- en vaatziekten, in de hand werken.

Niergerelateerde hoge bloeddruk - renale hypertensie bij honden

De nieren regelen ook de bloeddruk. Ze regelen het zogenaamde renine-angiotensine-aldosteron systeem (RAAS). Als de bloeddruk laag is, produceren de nieren het enzym renine. Hierdoor vernauwen de bloedvaten zich en stijgt de bloeddruk. Tegelijkertijd passen de nieren de hoeveelheid natrium in het lichaam aan. Meer natrium in het bloed verhoogt de wateropname. Hierdoor neemt het bloedvolume toe en dus ook de bloeddruk.

Bij een hoge bloeddruk proberen de nieren overtollig water uit te scheiden door meer urine te produceren. Dit verlaagt het bloedvolume en dus ook de bloeddruk.

Nierinsufficiëntie kan de bloeddrukregulatie verstoren. Daardoor kan er niergerelateerde hoge bloeddruk (renale hypertensie) of lage bloeddruk (hypotensie) ontstaan. Dit kan gevolgen hebben voor het hart- en vaatstelsel en bijvoorbeeld hartritmestoornissen in de hand werken.

Bloedarmoede bij honden

De nieren produceren het hormoon erytropoëtine, dat de vorming van rode bloedcellen in het beenmerg stimuleert. Rode bloedcellen zijn verantwoordelijk voor het transport van zuurstof door het lichaam. Als de nieren ziek worden, produceren ze niet langer genoeg erytropoëtine en neemt de vorming van rode bloedcellen af. Dit leidt tot bloedarmoede en de vorming van rode bloedcellen wordt gestimuleerd. Dit leidt tot bloedarmoede en de lichaamscellen krijgen te weinig zuurstof. Bloedarmoede uit zich in ernstige vermoeidheid en zwakte.

Acidose - metabole acidose bij honden

De nieren regelen de pH-waarde in je lichaam. Ze filteren overtollige zuren en basen uit je bloed en scheiden die uit via de urine. Als de zuur-base-balans door nierinsufficiëntie verstoord raakt, kan er oververzuring (metabole acidose) ontstaan. De hond heeft dan last van ademhalingsproblemen, hartritmestoornissen, zwakte en misselijkheid.

Oorzaken van nierfalen

De oorzaken van nierinsufficiëntie zijn talrijk en niet altijd eenduidig vast te stellen. Omdat chronische nierinsufficiëntie vaak pas wordt ontdekt als een groot deel van het nierweefsel al beschadigd is, kan de oorspronkelijke oorzaak vaak niet meer met zekerheid worden vastgesteld. Vooral oudere honden hebben hier last van, omdat de nierfunctie met het ouder worden kan afnemen. Bovendien kan een acute nierinsufficiëntie uitgroeien tot een chronische aandoening als deze niet op tijd wordt behandeld.

De meest voorkomende oorzaken van nierproblemen bij honden

Leeftijd van de hond (oudere honden zijn extra gevoelig)

Acute nierinsufficiëntie die chronisch wordt

Genetische aanleg (niet eenduidig bewezen)

Circulatiestoornis van de nieren

Andere nierziekten

   urinestenen, nier- of blaasstenen

   Nierontsteking

   Verstopping van de urineleiders

Ziekten

   Infectieziekten (leptospirose, borreliose, leishmania)

   Hartfalen

   Diabetes mellitus

   Te lage of te hoge bloeddruk

   Tumoraandoeningen

   Aandoeningen van het hart- en vaatstelsel

   Prostaathypertrofie (vergroting van de prostaat) bij reuen

   Baarmoederontsteking (pyometra) bij teven

   Aandoeningen van het immuunsysteem

Medicijnen die de nieren kunnen belasten

Gif/vergiftiging

   Giftige voedingsmiddelen (bijv. druiven, rozijnen)

   Gewasbeschermingsmiddelen, antivriesmiddelen, pesticiden, enz.

   Bloedvergiftiging (septikemie)

Symptomen van nierfalen bij honden

Als een hond nierinsufficiëntie heeft, vertoont hij in het beginstadium meestal geen klachten. Symptomen treden vaak pas op als de ziekte al verder gevorderd is. Bovendien worden de klachten soms verkeerd geïnterpreteerd. Als de hond moe en lusteloos is, wordt dit bijvoorbeeld in verband gebracht met ouderdom. Maar deze symptomen kunnen wijzen op een nierziekte. De symptomen van nierinsufficiëntie kunnen in verschillende mate voorkomen, afzonderlijk of in combinatie. Laat je hond door de dierenarts onderzoeken als je veranderingen opmerkt of als je vermoedt dat er iets niet klopt.

Nierproblemen bij honden - symptomen herkennen

Verhoogde urineproductie (polyurie), vooral bij chronisch nierfalen

Incontinentie, 's nachts vaak moeten plassen of 's nachts in bed plassen

Verminderde urineproductie tot zelfs het volledig uitblijven ervan, vooral bij acuut nierfalen

Bloed in de urine

Meer drinken (polydipsie)

Maag- en darmklachten zoals misselijkheid, braken of diarree

Apathie, gebrek aan motivatie of vermoeidheid

Verlies van eetlust en gewichtsverlies

Spierverlies

Spiertrekkingen, krampen of beven

Bleke slijmvliezen of ontstekingen in de bek

Onaangename mond- of lichaamsgeur

Doffe vacht

Gedragsafwijkingen

Niercontrole - Heeft je hond nierproblemen?

Denk je dat je hond misschien nierinsufficiëntie heeft? Als meerdere van de volgende symptomen van toepassing zijn, kan het verstandig zijn om dit door een dierenarts te laten onderzoeken. Vraag bij twijfel altijd advies aan je dierenarts.

Moet je hond opvallend vaak of veel plassen?

Is je hond niet meer zindelijk of moet hij 's nachts uit?

Drinkt je hond meer dan normaal?

Eet je hond minder?

Is je hond afgevallen?

Heeft je hond onlangs overgegeven of diarree gehad?

Is je hond bijzonder moe en heeft hij geen zin om te spelen?

Heeft je hond bleke slijmvliezen?

Diagnose - Hoe je hond wordt onderzocht

Als je vermoedt dat je hond een nierziekte heeft, moet je hem zo snel mogelijk door een dierenarts laten onderzoeken. Een vroege diagnose van nierinsufficiëntie is belangrijk om zo snel mogelijk de juiste behandeling te kunnen starten. Tijdens het onderzoek wordt onder andere de bloeddruk gemeten. Een te hoge of te lage bloeddruk kan een eerste teken zijn van een nierziekte. Urine- en bloedonderzoeken geven inzicht in de gezondheid van de nieren van je hond. Röntgen- en echografiebeelden helpen om veranderingen in de nieren nauwkeuriger te beoordelen.

Urineonderzoek

Een urineonderzoek kan al in een vroeg stadium belangrijke aanwijzingen geven over de nierfunctie. Je kunt het beste even navragen bij de dierenkliniek of je een zo vers mogelijk urinemonster mee moet nemen. Meestal kun je de urine van je hond ook ter plekke opvangen, of het team van de kliniek helpt je daarbij.

 

Bij nierinsufficiëntie kunnen er verschillende veranderingen in de urine worden vastgesteld. Daar horen onder andere eiwitten in de urine (proteïnurie) bij, evenals een verhoogde eiwit-creatinineverhouding (meer dan 1:1). Afhankelijk van de oorzaak en het ziektebeeld kunnen er bovendien bacteriën, suiker of andere opvallende bestanddelen in de urine worden aangetroffen. Een verhoogd fosfaat- of creatininegehalte in de urine kan wijzen op een verminderde nierfunctie. Het specifieke urinegewicht (SHG) en de urinedichtheid geven extra aanwijzingen over hoe goed de nieren werken.

Bloedonderzoek

Als je vermoedt dat je hond nierinsufficiëntie heeft, is een bloedonderzoek aan te raden. Verhoogde concentraties fosfaat, ureum en creatinine in het bloed kunnen wijzen op een verminderde nierfunctie. Zelfs kleine afwijkingen kunnen aanleiding zijn voor verder onderzoek door de dierenarts. Ook bloedarmoede (anemie) kan wijzen op nierinsufficiëntie en is te zien in het bloedonderzoek.

Röntgen- en echografisch onderzoek

Als nierfalen wordt vermoed, laten echografie en röntgenfoto's zien hoe ernstig de nieren zijn aangetast. Er zijn bijvoorbeeld verkleiningen of vergrotingen van het orgaan, veranderingen in het weefsel of verkalkingen zichtbaar.

Verdere onderzoeken

Omdat hartaandoeningen vaak samenhangen met nierinsufficiëntie, kan een hartonderzoek zinvol zijn. Ook andere organen kunnen al aangetast zijn, en daarom kan een uitgebreid onderzoek zinvol zijn.

Progressie - De vier stadia van nierinsufficiëntie

Chronisch nierfalen ontwikkelt zich geleidelijk. Het nog gezonde weefsel probeert de functiestoornis te compenseren, maar raakt op den duur overbelast door dit extra werk. Daardoor gaat de beschadiging van het nierweefsel verder. De IRIS (International Renal Interest Society) onderscheidt vier stadia van nierinsufficiëntie. De symptomen en verschillende bloedwaarden geven aan in welk stadium de nierinsufficiëntie zich bevindt.

 

Aan de hand van de stadia wordt het verloop van de nierinsufficiëntie in de gaten gehouden en wordt de verdere behandeling gepland. Hieronder vatten we de vier stadia van nierinsufficiëntie samen.

Technische termen

Azotemie = Verhoogd gehalte aan stoffen die via de urine worden uitgescheiden in het bloed

SDMA-waarde = laboratoriumparameter om de nierfunctie te beoordelen; SDMA staat voor symmetrisch dimethylarginin

UPC-quotiënt = verhouding tussen eiwit en creatinine in de urine; wordt gebruikt om proteïnurie te beoordelen

Proteïnurie = Verhoogde uitscheiding van eiwitten via de urine

1. beginfase

Testresultaten

Geen azotemie

Creatininewaarde lager dan 125 μmol/l (in het referentiebereik)

SDMA-waarde lager dan 18 μg/l

UPC-Quotient normal (< 0,2) bis leicht erhöht (0,2 bis 0,5)

Blutdruck normal (< 140 mmHg) bis leicht erhöht (140 bis 159 mmHg)

Aanbeveling voor behandeling

Gebruik geen medicijnen die de nieren extra kunnen belasten

Zorg altijd voor vers drinkwater

Regelmatige controle van de creatinine- en SDMA-waarden

Onderzoek of er onderliggende aandoeningen zijn en behandel die indien nodig

Behandel hoge bloeddruk als dat nodig is

Bij proteïnurie (UPC > 0,5) kunnen een door de dierenarts aanbevolen nierdieet en medicijnen deel uitmaken van de voedingsbehandeling

Streef naar een fosfaatconcentratie van minder dan 1,5 mmol/l; hiervoor kun je eventueel een fosfaatarm nierdieet gebruiken in combinatie met fosfaatbinders

2. matige nierziekte

Testresultaten

Milde azotemie

Creatininewaarde 125 tot 250 μmol/l (in het referentiebereik tot licht verhoogd)

SDMA-waarde 18 tot 35 μg/l

UPC-Quotient normal (< 0,2) bis leicht erhöht (0,2 bis 0,5)

Blutdruck normal (< 140 mmHg) bis leicht erhöht (140 bis 159 mmHg)

Aanbeveling voor behandeling

Behandeling vanaf stadium 1

In dit stadium wordt vaak een nierdieet aangeraden

3. ernstige nierziekte

Testresultaten

Matige azotemie

Creatininewaarde 251 tot 440 μmol/l

SDMA-waarde 36 tot 54 μg/l

UPC-quotiënt licht verhoogd (0,2 tot 0,5) tot verhoogd (> 0,5)

Blutdruck normal (< 140 mmHg) bis erhöht (160 bis 179 mmHg)

Aanbeveling voor behandeling

De maatregelen uit fase 1 en 2 voortzetten

Aanvullende behandeling van metabole acidose (hyperverzuring van het bloed)

Indien nodig behandeling van bloedarmoede

Maatregelen tegen braken, misselijkheid en gebrek aan eetlust

Indien nodig vochttoediening via infusen

Eventueel wat vitamine D3 erbij

4. Nierfalen in het eindstadium

Testresultaten

Ernstige azotemie

Creatininewaarde hoger dan 440 μmol/l

SDMA-waarde hoger dan 54 μg/l

UPC-quotiënt verhoogd (> 0,5)

Blutdruck normal (< 140 mmHg) bis hochgradig erhöht (> 180 mmHg)

Aanbeveling voor behandeling

De maatregelen uit fase 1, 2 en 3 voortzetten

Eventueel is een voedingssonde nodig voor voeding, vochttoediening en het toedienen van medicijnen

In het eindstadium van nierinsufficiëntie kan de nierfunctie sterk beperkt zijn of helemaal uitvallen. Veel honden plassen nauwelijks of helemaal niet meer en krijgen een sterke, urineachtige adem. In het eindstadium kunnen bovendien krampen, epileptische aanvallen, verlamming en gezichts- en gehoorstoornissen optreden. De behandelingsmogelijkheden zijn in dit stadium vaak erg beperkt. De aandoening kan dan levensbedreigend zijn en in vergevorderde gevallen dodelijk aflopen.

Levensverwachting - Hoe lang kan je hond leven met nierproblemen?

De levensverwachting van honden met nierinsufficiëntie verschilt sterk van hond tot hond. Als de nierinsufficiëntie al ver gevorderd is, kan de aandoening levensbedreigend worden. Hoe het verder gaat, hangt af van veel factoren, zoals het stadium van de ziekte, eventuele bijkomende aandoeningen en de zorg van de dierenarts. Een vroege diagnose en een aangepaste behandeling kunnen helpen om de levenskwaliteit zo lang mogelijk op peil te houden.

Behandeling van nierinsufficiëntie

Chronisch nierfalen wordt als ongeneeslijk beschouwd, omdat beschadigd nierweefsel zich meestal niet kan herstellen. De behandeling hangt af van het stadium van de ziekte en de individuele klachten van de hond. Het doel is om de hond zo goed mogelijk te ondersteunen en in te spelen op klachten die zich voordoen. Consequente veterinaire begeleiding kan helpen om veranderingen in de gezondheidstoestand vroeg te herkennen. Laat je hond regelmatig onderzoeken om het verloop van de ziekte in de gaten te houden en de behandeling indien nodig aan te passen.

Nierproblemen komen zelden alleen - behandel begeleidende symptomen

Honden met nierinsufficiëntie hebben vaak bijkomende klachten zoals misselijkheid, braken, diarree en hoge bloeddruk. Deze klachten kunnen, afhankelijk van de oorzaak, door een dierenarts worden behandeld. Bij bacteriële infectieziekten kunnen antibiotica worden ingezet. Daarnaast kunnen andere medicijnen of maatregelen worden overwogen, afgestemd op de individuele klachten van de hond. Veel honden met nierinsufficiëntie hebben last van bloedarmoede (anemie), verzuring of proteïnurie. Ook deze klachten kunnen indien nodig door een dierenarts worden behandeld. Gebruik alleen medicijnen die de nieren niet extra belasten en overleg de behandeling eerst met je dierenarts.

Een infuus kan worden ingezet als een vergiftiging de oorzaak is van de nierziekte. Dat geldt ook voor urinevergiftiging (uremie). Het infuus zorgt voor voldoende vochttoevoer en kan de afvoer van bepaalde stoffen bevorderen. Tegelijkertijd krijgt je hond elektrolyten en vocht toegediend om het risico op uitdroging te verminderen.

De SUC-aanvraag

De SUC-behandeling bij honden met nieraandoeningen houdt in dat er een combinatie van drie geneesmiddelen wordt toegediend. De beginletters van de drie gebruikte stoffen vormen de afkorting SUC (Solidago compositum, Ubichinon compositum, Coenzyme compositum). De behandeling wordt door sommige dierenartsen ingezet als aanvullende maatregel bij honden met nieraandoeningen. Bij de dierenarts of in de dierenkliniek kun je je laten informeren over de toepassingsmogelijkheden en of een SUC-behandeling voor jouw hond geschikt is.

Werkzaamheden

Als urinestenen, tumoren of verstoppingen in de urineleider de oorzaak zijn, is chirurgisch ingrijpen vaak noodzakelijk.

Dialyse bij honden

Als de nieren al ernstig beschadigd zijn, kan niervervangende therapie (dialyse) nodig zijn. Daarbij zuivert een dialyseapparaat het bloed van je hond en neemt het de filterfunctie van de nieren over. Dialyse is erg duur en niet altijd haalbaar. Vraag bij je dierenarts of dierenkliniek na of dialyse mogelijk is.

Niertransplantatie bij honden

Bij mensen kan een niertransplantatie in bepaalde gevallen een behandelingsoptie zijn. Bij honden speelt niertransplantatie in Duitsland in de praktijk geen rol en is er aan wettelijke en dierenwelzijnsregels gebonden. In sommige landen, waaronder de VS, worden af en toe niertransplantaties bij honden uitgevoerd. Zo’n ingreep brengt echter flinke kosten, veel organisatorische rompslomp en intensieve nazorg met zich mee. Bovendien is een lange reis vaak een extra belasting voor ernstig zieke dieren.

Kosten voor nierfalen

De kosten voor een hond met nierinsufficiëntie hangen af van het verloop van de ziekte en de individuele behandeling. Je hond heeft regelmatig onderzoek nodig, inclusief bloed- en urineonderzoek. Afhankelijk van de omvang van het onderzoek en de dierenkliniek variëren de kosten hiervoor. Als je hond medicijnen nodig heeft, moet je rekening houden met extra kosten.

Een aangepast nierdieet maakt vaak deel uit van de voedingsbehandeling bij chronische nierinsufficiëntie. De kosten variëren per product en fabrikant. In ons assortiment vind je een dieetvoeding ter ondersteuning van de nierfunctie bij chronische nierinsufficiëntie vanaf 5,15 € per kg. Voor een hond met een lichaamsgewicht van 10 kg komen de kosten daarmee uit op ongeveer 25 € per maand.

Nierdieet voeding bekijken

Voeding bij nierinsufficiëntie

Voor veel honden met chronisch nierfalen wordt op de lange termijn een aangepast nierdieet aanbevolen. Nierdiëten hebben meestal een aangepast eiwit- en fosforgehalte en houden rekening met de speciale voedingsbehoeften van honden met een verminderde nierfunctie.

Minder eiwit

Omdat veel honden met nierinsufficiëntie de neiging hebben om gewicht te verliezen en spiermassa af te breken, moet het eiwitgehalte niet onnodig sterk worden verlaagd. Bij zelfbereide maaltijden kun je het eiwitgehalte aanpassen door geschikte koolhydraatrijke ingrediënten toe te voegen. Let er daarbij wel op dat je hond voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt.

Laag in fosfor en natrium

Diëetvoeding voor de nieren heeft meestal een lager fosforgehalte. Soms is een fosforarm dieet alleen echter niet genoeg. Dan kun je ook fosfaatbinders gebruiken. Daaronder vallen bijvoorbeeld calcium-, magnesium- of ijzerverbindingen. Je kunt deze mineralen echter ook overdoseren. Overleg daarom altijd met je dierenarts over het toedienen van mineralen.

Bovendien heeft een nierdieet vaak een aangepast natriumgehalte, om tegemoet te komen aan de speciale voedingsbehoeften van honden met een verminderde nierfunctie.

Vitamines toevoegen

Afhankelijk van je individuele behoeften kan er rekening worden gehouden met de toevoeging van bepaalde vitamines. Hieronder vallen bijvoorbeeld vitamine D3, vitamine A en verschillende B-vitamines. B-vitamines hoeven niet per se op de verpakking van diervoeding te worden vermeld. In complete diervoeding zitten ze vaak wel, ook al worden ze niet apart aangegeven. Als je twijfelt, kun je de fabrikant vragen welke vitamines erin zitten.

Eetlust stimuleren

Veel honden met nierinsufficiëntie hebben weinig of geen eetlust. Probeer toch om het voer geleidelijk om te schakelen. Meng daarvoor het nierdieetvoer beetje bij beetje door de huidige maaltijden. Door een langzame overgang kan je hond beter aan het nieuwe voer wennen. Je kunt het voer ook opwarmen of laten weken om het smakelijker te maken. Verdeel de dagelijkse portie over meerdere kleine maaltijden. Zo vinden veel honden het makkelijker om te eten.

Als je hond het nierdieetvoer helemaal niet aanraakt, gebruik dan eerst voer dat hij graag eet. Bij honden met een sterk verminderde eetlust is voldoende voeropname extra belangrijk. Als je geen nierdieetvoer geeft, kan de voeding eventueel worden aangevuld met fosfaatbinders. In dat geval is het verstandig om met je dierenarts te overleggen over de voeding van je hond.

Veel drinken

Zorg ervoor dat je hond altijd voldoende vers drinkwater tot zijn beschikking heeft en controleer regelmatig of hij genoeg drinkt. Ook als je hond ’s nachts vaker moet plassen of incontinent is, moet er altijd water voor hem klaarstaan. Om te voorkomen dat je ’s nachts naar buiten moet, kun je je hond leren een hondentoilet te gebruiken. Als alternatief kunnen luiers bij incontinentie uitkomst bieden.

Behandelt nierproblemen

Honden met nierinsufficiëntie hoeven niet per se af te zien van snoepjes. Aangezien snoepjes meestal maar een klein deel van de dagelijkse voerhoeveelheid uitmaken, spelen ze meestal een ondergeschikte rol in de totale voeding. Toch is het aan te raden om fosfaatrijke snoepjes zoveel mogelijk te vermijden. Daar horen bijvoorbeeld botten bij.

5 tips voor voeding met nierfalen

Zorg ervoor dat het eiwit- en fosforgehalte in het voer aangepast is, zoals gebruikelijk is bij nierdiëten.

Verander het voer langzaam. Zo kan je hond wennen aan het nieuwe voer.

Verwarm of week het voer om het smakelijker te maken voor je hond.

Verdeel het voer over meerdere kleine maaltijden. Zo kan je hond de porties makkelijker opeten.

Zorg dat je hond altijd genoeg water bij de hand heeft. Het is belangrijk dat honden met nierproblemen voldoende drinken.

Nierdieet voor honden - waar je rekening mee moet houden

De volgende gegevens zijn bedoeld als richtlijn voor typische nierdiëten. De waarden hebben betrekking op droogvoer met 12 % vocht of natvoer met 79 % vocht.

Droogvoer (per 100 g) Natvoer (per 100 g)
Eiwit < 22 % < 5,5 %
Fosfor < 0,5 % < 0,12 %
Vitamine A > 1.320 IE > 315 IE
Vitamine B1 / thiamine > 0,3 mg > 0,07 mg

Onze voedingstips voor honden met nierfalen

Voor honden met chronisch nierfalen raden we ons droogvoer van het merk Groenteheld aan. Groenteheld een dieetvoeder dat de nierfunctie ondersteunt bij chronisch nierfalen. Het voer heeft een aangepast gehalte aan eiwitten, fosfor, natrium en calcium en is ontwikkeld voor de speciale voedingsbehoeften van honden met een verminderde nierfunctie. Als volledig voer voorziet het je hond van alle belangrijke voedingsstoffen.

 

De combinatie van maïs, aardappelen en ei geeft het voer een lekkere smaak en kan de overgang naar het nieuwe voer vergemakkelijken. Lees nu meer over Groenteheld.

Nu bekijken

Dit zeggen onze klanten

De 8 meest gestelde vragen over nieraandoeningen bij honden

Is bij je hond nierfalen vastgesteld? Wij beantwoorden de meest gestelde vragen.

Hoe lang kan een hond met nierfalen leven?

Hoe lang een hond met nierinsufficiëntie leeft, verschilt per hond. Hoe het verder gaat, hangt onder andere af van het stadium van de ziekte, eventuele bijkomende aandoeningen en de zorg van de dierenarts. Als de ziekte al ver gevorderd is en de nieren ernstig beschadigd zijn, kan het levensbedreigend worden en dodelijk aflopen. Een vroege diagnose en een aangepaste behandeling kunnen helpen om de levenskwaliteit zo lang mogelijk op peil te houden.

Hoe manifesteert nierfalen zich bij honden?

Een nierziekte bij honden blijft vaak lange tijd onopgemerkt. Tot de vroege symptomen van nierinsufficiëntie behoren vaak overmatig drinken en plassen. Bij vergevorderd nierfalen kan de urineproductie sterk afnemen of helemaal uitblijven. Veel honden lijken dan erg zwak, slapen veel meer dan normaal en hebben geen kracht meer. Laat de klachten door een dierenarts onderzoeken als je veranderingen bij je hond opmerkt.

Wanneer moet een hond met nierfalen worden ingeslapen?

Veel honden kunnen ondanks nierinsufficiëntie nog lange tijd een goede levenskwaliteit behouden. Als de ziekte ver gevorderd is of als er al sprake is van volledig nierfalen, kunnen de klachten heel ernstig zijn. In het eindstadium van nierinsufficiëntie kunnen onder andere epileptische aanvallen en gezichts- en gehoorstoornissen optreden. De beslissing om de hond in te laten slapen moet altijd samen met het behandelende team van de praktijk worden genomen. Dit kan overwogen worden als de levenskwaliteit van de hond blijvend sterk beperkt is en de klachten ondanks behandeling niet voldoende onder controle kunnen worden gehouden.

Wat mag een hond met nierfalen niet eten?

Bij nierinsufficiëntie wordt vaak een aangepast nierdieet aangeraden. Let daarom goed op welke voedingsmiddelen en snoepjes je hond krijgt. Ingrediënten met een hoog gehalte aan eiwitten en fosfor worden bij nierdiëten meestal vermeden. Hieronder vallen bijvoorbeeld botten, beendermeel en grote hoeveelheden orgaanvlees. Ook tafelresten moet je vermijden.

Hoe ziet eindstadium nierfalen eruit?

Als de nieren al ernstig beschadigd zijn, kunnen de klachten flink verergeren. De urineproductie kan in het eindstadium sterk afnemen of helemaal uitblijven. Daardoor kunnen stoffen die via de urine moeten worden afgevoerd zich in het lichaam ophopen (uremie). In gevorderde stadia kunnen onder andere krampen, epileptische aanvallen en gezichts- en gehoorstoornissen optreden. Het eindstadium van nierinsufficiëntie is levensbedreigend en kan fataal zijn.

Welke honden worden het vaakst getroffen door nierfalen?

In principe kan elke hond nierinsufficiëntie krijgen. Vaak zijn oudere honden hierdoor getroffen, omdat de nierfunctie op latere leeftijd kan afnemen of omdat de aandoening pas in een vergevorderd stadium wordt ontdekt. Bij sommige hondenrassen wordt gesproken over een verhoogd risico op bepaalde nieraandoeningen. De wetenschappelijke gegevens zijn echter niet in alle gevallen eenduidig. Vaak worden onder andere poedels, cocker spaniels, Berner sennenhonden en Yorkshire terriërs genoemd.

Is een niertransplantatie bij honden toegestaan?

Niertransplantaties worden bij honden in Duitsland vrijwel nooit uitgevoerd. In sommige landen, zoals de VS, worden dergelijke ingrepen af en toe wel uitgevoerd. Naast de hoge kosten zijn ook het zoeken naar een geschikte donor, de levenslange nazorg en de belasting voor de betrokken dieren belangrijke aspecten waarmee rekening moet worden gehouden.

Hebben honden met nierfalen pijn?

De klachten van nierinsufficiëntie kunnen voor honden erg zwaar zijn. Veel honden hebben last van misselijkheid, gebrek aan eetlust, zwakte of een algemeen gevoel van onwelzijn. Afhankelijk van de oorzaak, het stadium van de ziekte en eventuele bijkomende aandoeningen kunnen er ook pijnklachten optreden.

Profylaxe - tips om nierproblemen te voorkomen

Nierinsufficiëntie kun je niet altijd voorkomen. Maar door regelmatig bloed- en urineonderzoek te laten doen, kun je veranderingen in de nierfunctie vroeg opsporen. Vooral bij oudere honden kan het zinvol zijn om de nierwaarden regelmatig te laten controleren. Zo kun je op tijd de juiste maatregelen nemen en het verdere verloop in de gaten houden. Denk bijvoorbeeld aan aangepast voer, voldoende rust en veterinaire begeleiding bij bestaande onderliggende aandoeningen.

 

Bij het voeren moet je ervoor zorgen dat je hond de juiste voedingsstoffen binnenkrijgt. De samenstelling van het voer kan verschillen, afhankelijk van de leeftijd, gezondheidstoestand en individuele behoeften van je hond. Bij nierproblemen wordt bijvoorbeeld een eiwitarm dieetvoer aanbevolen, met aangepaste gehaltes aan fosfor, natrium en kalium.