Pancreatitis bij katten - symptomen, behandeling & levensverwachting

Eet je kat ineens minder, lijkt hij moe of trekt hij zich terug? Dat klinkt in eerste instantie als een onschuldige maagklachten, maar soms zit er een ernstige aandoening achter: een ontsteking van de alvleesklier, ook wel pancreatitis genoemd. Pancreatitis blijft vaak lang onopgemerkt, omdat katten pijn goed kunnen verbergen. Zonder behandeling kan het onder andere spijsverteringsproblemen veroorzaken en op de lange termijn verdere gevolgen voor de gezondheid hebben. In dit artikel kom je te weten hoe je de ziekte herkent, wat de mogelijke oorzaken zijn en welke behandelingsmogelijkheden er zijn. Vooral voeding is belangrijk, omdat die een belangrijke rol kan spelen bij de behandeling door de dierenarts.

Ofrieda, 17 juli 2025 – Laatst gecontroleerd: 30 juli 2026

Hoofdstukoverzicht

De alvleesklier - een klein orgaan van groot belang

Wat gebeurt er bij pancreatitis?

Oorzaken - Waarom krijgen katten pancreatitis?

Pancreatitis of pancreasinsufficiëntie? - Belangrijke verschillen

Symptomen - alvleesklierontsteking bij katten herkennen

Diagnose - Wat er in de dierenkliniek gebeurt

Behandeling - Wat helpt je kat met pancreatitis?

De juiste voeding bij pancreatitis

Kosten van de behandeling van pancreatitis bij katten - Wat je moet betalen

De 7 meest gestelde vragen over alvleesklierontsteking bij katten

Conclusie: Leven met alvleesklierontsteking - Wat betekent de diagnose voor mijn kat?

De alvleesklier - een klein orgaan van groot belang

De alvleesklier is een essentieel orgaan dat in de buik van je kat zit. Het heeft twee belangrijke taken: het produceert spijsverteringsenzymen en helpt bij het reguleren van de bloedsuikerspiegel. Als de alvleesklier ontstoken is en niet goed meer werkt, kan dat gevolgen hebben voor verschillende aspecten van de stofwisseling en de spijsvertering.

Ondersteunt de spijsvertering

Elke maaltijd is voor de alvleesklier weer een nieuwe klus. Die maakt spijsverteringsenzymen aan die vetten, eiwitten en koolhydraten in kleinere bestanddelen afbreken. Pas dankzij deze enzymen kan je kat de voedingsstoffen uit het voer daadwerkelijk benutten. De drie belangrijkste enzymen zijn:

Lipase: breekt vetten af in kleinere componenten

Amylase: helpt bij het afbreken van koolhydraten

Proteasen (bijv. trypsine, chymotrypsine): breken eiwitten af tot bruikbare bouwstenen

Zonder voldoende spijsverteringsenzymen kan je kat zijn voer niet goed verwerken. Daardoor kan er, ondanks voldoende voedselinname, gewichtsverlies en een tekort aan voedingsstoffen ontstaan. Katten die hier last van hebben, vallen vaak af of trekken zich meer terug.

Controleert de bloedsuikerspiegel

Naast de spijsvertering regelt de alvleesklier ook de bloedsuikerspiegel. Twee hormonen zijn hierbij cruciaal:

Insuline: transporteert suiker van het bloed naar de cellen en verlaagt zo de bloedsuikerspiegel.

Glucagon: verhoogt de bloedsuikerspiegel wanneer het lichaam energie nodig heeft.

Als de alvleesklier ontstoken is, kan dat gevolgen hebben voor dit fijn afgestemde systeem. Hierdoor kan ook de bloedsuikerstofwisseling worden verstoord, waardoor het risico op diabetes mellitus kan toenemen. Een blijvend verminderde werking van de alvleesklier kan grote gevolgen hebben voor de gezondheid van je kat. Daarom is het belangrijk om aandoeningen aan de alvleesklier zo vroeg mogelijk door een dierenarts te laten onderzoeken en behandelen.

Wat gebeurt er bij pancreatitis?

Als de alvleesklier ontstoken raakt, raken de normale functies ervan verstoord. Pancreatitis kan heel pijnlijk zijn voor katten die er last van hebben en, afhankelijk van hoe het verloopt, flinke gevolgen voor de gezondheid hebben. Normaal gesproken maakt de alvleesklier spijsverteringsenzymen aan die pas in de dunne darm actief worden. Maar bij pancreatitis raakt dit proces uit balans: de enzymen worden al in de alvleesklier zelf geactiveerd en vallen het eigen weefsel aan. Simpel gezegd begint het orgaan zichzelf te verteren.

Acute of chronische pancreatitis?

Er zijn twee hoofdvormen van de ziekte:

Acute pancreatitis

Het treedt plotseling op en veroorzaakt vaak heftige symptomen zoals braken, gebrek aan eetlust en hevige pijn. Zonder behandeling door een dierenarts kan acute pancreatitis in ernstige gevallen levensbedreigend worden.

Chronische pancreatitis

Deze vorm ontwikkelt zich stilletjes. De symptomen zijn vaak minder uitgesproken, terwijl de ontsteking de alvleesklier gedurende langere tijd kan beschadigen. Als de aandoening lange tijd onopgemerkt blijft, kan dit spijsverteringsproblemen veroorzaken en in sommige gevallen het risico op diabetes mellitus verhogen.

In ernstige of vergevorderde gevallen kan de alvleesklier blijvend minder spijsverteringsenzymen produceren. Dan spreken we van exocriene pancreasinsufficiëntie (EPI).

Oorzaken - Waarom krijgen katten pancreatitis?

Waarom katten een alvleesklierontsteking krijgen, is niet altijd eenduidig te verklaren. In veel gevallen blijft de precieze oorzaak onbekend. Er zijn echter verschillende factoren die het risico op een alvleesklierontsteking kunnen verhogen.

Voeding

Wat je kat eet, heeft een grote invloed op haar gezondheid. Voer van slechte kwaliteit of een onevenwichtige voeding kan de spijsvertering onnodig belasten. Omdat de alvleesklier bij elke maaltijd spijsverteringsenzymen aanmaakt, wordt deze daarbij extra zwaar belast. Ook gekruide gerechten kunnen de spijsvertering belasten, daarom mag je kat niet van je bord snoepen. Een evenwichtige voeding kan helpen om de spijsvertering optimaal te ondersteunen.

Infecties en ontstekingen

Ook bacteriën, virussen en parasieten kunnen ontstekingen veroorzaken en de alvleesklier aantasten. Tot de mogelijke oorzaken behoren opstijgende infecties vanuit de darmen en bepaalde virussen en parasieten, waaronder het feline coronavirus en Toxoplasma gondii. Zulke ziekteverwekkers kunnen de alvleesklier aantasten en het ontstaan van pancreatitis bevorderen.

Ziekten van andere organen

De alvleesklier werkt nauw samen met de lever, de galblaas en de darmen. Als een van deze organen ziek is, kan dat ook gevolgen hebben voor de alvleesklier. Pancreatitis komt vooral vaak voor in combinatie met inflammatoire darmziekten (IBD), leveraandoeningen of galwegontstekingen. Ook diabetes mellitus kan de werking van de alvleesklier extra belasten. Daarom is een onderzoek bij de dierenarts belangrijk om mogelijke onderliggende aandoeningen op te sporen en gericht te behandelen. Als er een andere aandoening ten grondslag ligt aan de pancreatitis, moet die ook worden behandeld.

Verwondingen of chirurgische schade

De buik van je kat is erg gevoelig. Bij een val of een ongeluk kan het gebeuren dat je kat zich aan de buik verwondt. Daarbij kan ook de alvleesklier beschadigd raken, wat een ontsteking kan veroorzaken. Ook chirurgische ingrepen in de buikholte kunnen de alvleesklier irriteren en zo het risico op pancreatitis vergroten.

Medicatie

Van sommige medicijnen wordt vermoed dat ze pancreasontsteking kunnen bevorderen. Hiertoe behoren onder andere corticosteroïden (cortison), waarbij een verband met pancreatitis is beschreven. Ook bepaalde antibiotica en niet-steroïde pijnstillers (NSAID’s) worden genoemd als mogelijke risicofactoren. Daarom moet je medicijnen alleen toedienen volgens de instructies van de dierenarts en goed letten op mogelijke bijwerkingen.

Genetische aanleg

Sommige onderzoeken wijzen erop dat Siamese katten vaker pancreatitis krijgen. Andere onderzoeken hebben echter geen duidelijk genetisch verband kunnen aantonen. Of bepaalde kattenrassen inderdaad vaker pancreatitis krijgen, is tot nu toe nog niet helemaal duidelijk.

Conclusie: Veel mogelijke oorzaken, vaak geen duidelijk antwoord

Waarom een kat pancreatitis krijgt, blijft vaak onduidelijk. Soms kun je de oorzaken achterhalen, maar in veel gevallen lijkt de ziekte zomaar uit het niets op te duiken. Dat maakt de ziekte juist zo verraderlijk. Zelfs een ogenschijnlijk gezonde kat kan er plotseling last van krijgen. Daarom is het belangrijk om op veranderingen te letten – een afnemende eetlust, ongewone vermoeidheid of spijsverteringsproblemen kunnen eerste waarschuwingssignalen zijn. Als je er vroeg bij bent en je kat door de dierenarts laat onderzoeken, kan dat helpen om het ziekteverloop gunstig te beïnvloeden en haar levenskwaliteit zo lang mogelijk te behouden.

Pancreatitis of pancreasinsufficiëntie? - Belangrijke verschillen

Sommige mensen halen de termen pancreatitis en pancreasinsufficiëntie door elkaar, omdat beide aandoeningen de alvleesklier betreffen en vaak gepaard gaan met spijsverteringsproblemen. In werkelijkheid gaat het echter om twee verschillende ziektebeelden met verschillende oorzaken en gevolgen.

Pancreatitis - De ontstoken alvleesklier

Bij pancreatitis is de alvleesklier van je kat ontstoken. Daarbij worden spijsverteringsenzymen al in de alvleesklier geactiveerd en vallen ze het eigen weefsel aan. Pancreatitis kan acuut optreden of zich geleidelijk ontwikkelen. Typische symptomen zijn gebrek aan eetlust, braken, buikpijn en gewichtsverlies. Als chronische pancreatitis onbehandeld blijft, kan dit het orgaan blijvend beschadigen.

Exocriene pancreasinsufficiëntie (EPI) – Als de alvleesklier te weinig spijsverteringsenzymen aanmaakt

Bij pancreasinsufficiëntie maakt de alvleesklier niet meer genoeg spijsverteringsenzymen aan. Daardoor kan je kat haar voer niet goed verwerken, zelfs als ze veel eet. Typische symptomen zijn diarree, sterk gewichtsverlies en aanhoudende honger. EPI wordt als ongeneeslijk beschouwd. Met aangepast voer en geschikte enzympreparaten kun je de symptomen in veel gevallen goed onder controle houden.

Het doorslaggevende verschil

Terwijl pancreatitis een ontsteking van de alvleesklier is, gaat het bij exocriene pancreasinsufficiëntie om een blijvende beperking van de werking ervan. Exocriene pancreasinsufficiëntie kan ontstaan als gevolg van chronische of ernstige pancreatitis. Een vroege diagnose is belangrijk om de aandoening zo snel mogelijk te behandelen en het risico op complicaties te verminderen.

Symptomen - alvleesklierontsteking bij katten herkennen

Katten verbergen pijn en ongemak vaak heel goed. Daardoor blijft pancreatitis vaak lange tijd onopgemerkt. Terwijl sommige katten plotseling ernstig ziek worden, verandert de toestand van andere katten geleidelijk en onopvallend. Let op kleine signalen om mogelijke veranderingen vroeg te herkennen en dit door een dierenarts te laten onderzoeken.

Veel voorkomende symptomen van pancreatitis bij katten

Pancreatitis kan zich bij katten op heel verschillende manieren uiten. Niet elke kat vertoont alle symptomen en sommige symptomen zijn maar heel licht aanwezig.

verlies van eetlust
Vermoeidheid
Misselijkheid
braken
smullen
Kwijlen
buikpijn
Gewichtsverlies
Dunne ontlasting
Vette, glimmende poep*
Stinkende poep
diarree
Droge slijmvliezen
Koorts
te lage temperatuur
zwakte
Rusteloosheid

*Vette, glanzende of stinkende ontlasting komt vooral voor bij exocriene pancreasinsufficiëntie (EPI).

Waarom pancreatitis vaak te laat wordt herkend

Katten verbergen vaak dat ze zich niet goed voelen. Daarom worden ernstige ziektes vaak pas laat opgemerkt. Een kat die zich terugtrekt of minder eet, valt in eerste instantie niet altijd op. Toch kunnen dit al de eerste tekenen van een ziekte zijn. Jij kent je kat het beste. Als je merkt dat ze bijzonder rustig is, minder eet of tekenen van pijn vertoont, moet je haar zo snel mogelijk door een dierenarts laten onderzoeken. Zelfs als het vermoeden uiteindelijk niet klopt, zorgt een vroegtijdig onderzoek voor duidelijkheid.

Diagnose - Wat er in de dierenkliniek gebeurt

Het is vaak niet makkelijk om pancreatitis bij katten vast te stellen. Veel katten laten niet duidelijk merken dat ze zich niet lekker voelen. Bovendien kunnen de symptomen ook bij veel andere aandoeningen voorkomen. Daarom is één enkele test meestal niet genoeg om pancreatitis met zekerheid vast te stellen. In plaats daarvan is de diagnose gebaseerd op een combinatie van verschillende onderzoeken, de beoordeling van de dierenarts en de waargenomen symptomen.

Klinisch onderzoek en medische voorgeschiedenis - de eerste aanwijzingen

De eerste stap is een grondig onderzoek van je kat. Als je je wilt voorbereiden op het bezoek aan de dierenkliniek, kunnen de volgende vragen je daarbij helpen:

Wanneer begon je kat minder goed te eten?

Heeft ze overgegeven of diarree gehad?

Is je kat afgevallen?

Vertoont je kat tekenen van pijn of heeft hij zich de laatste tijd veel teruggetrokken?

Heeft je kat onlangs medicijnen gekregen?

Heb je het voer van je kat veranderd?

Aan de hand van deze informatie kan de dierenarts zich een eerste algemene indruk vormen. Vervolgens wordt de buik van je kat voorzichtig gepalpeerd. Als de alvleesklier ontstoken is, kan je kat in de buikstreek gevoelig zijn voor druk of een gespannen buikwand hebben.

Bloedtest - belangrijke aanwijzingen

Een bloedtest kan de eerste aanwijzingen geven voor alvleesklierontsteking. De volgende bloedwaarden zijn vooral belangrijk:

Ontstekingswaarden (bijv. SAA, CRP, witte bloedcellen): Verhoogde waarden kunnen wijzen op een ontsteking in je lichaam.

Alvleesklierenzymen (lipase, amylase): kunnen stijgen, maar zijn niet altijd betrouwbaar. Sommige katten met pancreatitis hebben toch normale waarden.

fPLI-test (immunoreactiviteit van de pancreaslipase bij katten): Een speciale bloedtest om de alvleesklier te beoordelen. Deze test geeft een beter beeld dan veel andere bloedwaarden, maar levert ook geen definitieve diagnose op.

Lever- en nierwaarden: die geven aan of er naast de alvleesklier misschien ook andere organen zijn aangetast.

Bloedsuikerwaarden: Een zieke alvleesklier kan de suikerstofwisseling beïnvloeden.

Ook al geeft een bloedonderzoek waardevolle aanwijzingen, op zichzelf is het niet genoeg. Voor een zekere diagnose zijn vaak nog meer onderzoeken nodig, bijvoorbeeld een echo.

Echografie - een belangrijke diagnostische stap

De echografie is een belangrijk onderdeel van de diagnose van pancreatitis bij katten. Hiermee kan worden vastgesteld of de alvleesklier vergroot of veranderd is en of er vocht in de buikholte zit. Daarnaast kunnen ook de lever, de galblaas en andere buikorganen worden onderzocht.

Röntgenfoto - Slechts gedeeltelijk nuttig

Pancreatitis is op een röntgenfoto nauwelijks te zien. De alvleesklier is op de foto’s maar beperkt te beoordelen. Daarom is een röntgenfoto alleen niet geschikt om met zekerheid de diagnose pancreatitis te stellen. Toch is een röntgenfoto niet nutteloos. Het helpt om andere mogelijke oorzaken voor de klachten van je kat te herkennen of uit te sluiten. Denk bijvoorbeeld aan vreemde voorwerpen in het maag-darmkanaal, tumoren of darmobstructies. Toch geeft een echografie meestal veel meer informatie over de alvleesklier dan een röntgenfoto.

Biopsie – Is maar zelden nodig

Een weefselmonster van de alvleesklier wordt gezien als de meest betrouwbare manier om pancreatitis vast te stellen. Omdat de alvleesklier heel gevoelig is en een biopsie een ingrijpende procedure is, wordt deze in de praktijk maar zelden uitgevoerd. In de meeste gevallen is een combinatie van bloedonderzoek, echografie en klinisch onderzoek genoeg om een diagnose te stellen. Een biopsie komt meestal alleen in aanmerking als er ondanks andere onderzoeken nog steeds onduidelijkheid bestaat.

Gevaar van een verkeerde diagnose - sluit andere ziekten uit

Omdat veel van deze aandoeningen vergelijkbare symptomen hebben, is één testresultaat niet genoeg. Pas de combinatie van een klinisch onderzoek, bloedwaarden en beeldvormende onderzoeken maakt in veel gevallen een betrouwbare diagnose mogelijk. Het is belangrijk om andere mogelijke oorzaken voor de klachten van je kat uit te sluiten, zodat ze de juiste behandeling krijgt.

Behandeling - Wat helpt je kat met pancreatitis?

De behandeling hangt ervan af of je kat acute of chronische pancreatitis heeft. Als de aandoening maar lichte klachten veroorzaakt, kunnen sommige katten thuis worden behandeld. Katten met ernstige symptomen hebben meestal intensieve veterinaire zorg nodig. Het kan dus zijn dat je kat een paar dagen in de dierenkliniek moet blijven. Het doel van de behandeling is om de ontsteking onder controle te krijgen, de symptomen te verlichten en de alvleesklier te ontlasten.

Vloeistoftherapie - stabilisatie van de bloedsomloop

Veel katten met pancreatitis zijn uitgedroogd, omdat ze door misselijkheid minder drinken, hun eten weigeren of vocht verliezen door braken en diarree. Bij ernstige uitdroging is een infuusbehandeling een belangrijk onderdeel van de behandeling.

Waarom zijn infusen zo belangrijk?

Ze compenseren het vochtverlies van je kat en helpen de bloedsomloop te stabiliseren.

Ze verbeteren de doorbloeding en helpen de alvleesklier van voedingsstoffen te voorzien.

Ze ondersteunen de vocht- en elektrolytenbalans en helpen de normale orgaanfunctie in stand te houden.

Als je kat maar licht ziek is en stabiel, kunnen in sommige gevallen ook onderhuidse infusen volstaan. Deze worden onder de huid toegediend en kun je, na de juiste instructies, ook thuis toedienen. Het team van de dierenkliniek laat je precies zien hoe je dat moet doen.

Pijntherapie - zodat je kat niet lijdt

Pancreatitis veroorzaakt vaak hevige pijn, maar bij veel katten is dat niet altijd duidelijk te zien. Ze kunnen zich terugtrekken, willen niet meer graag geaaid worden of stoppen met eten. Pijnstillers zijn daarom een belangrijk onderdeel van de behandeling en helpen de pijn van je kat te verlichten.

Geschikte pijnstillers voor katten met pancreatitis zijn bijvoorbeeld opioïden (zoals buprenorfine) of metamizol (Novalgin). Deze medicijnen helpen de pijn te verlichten. Metamizol werkt bovendien krampstillend. Niet-steroïde ontstekingsremmers (NSAID’s) werken pijnstillend, koortsverlagend en ontstekingsremmend. Bij katten met pancreatitis worden ze echter vaak pas na zorgvuldige afweging door de dierenarts gebruikt, omdat ze het risico op bijwerkingen kunnen verhogen. Tot de NSAID’s behoort bijvoorbeeld meloxicam (Metacam®).

Een goede pijnbestrijding is een belangrijke eerste stap in de behandeling. Door de pijnverlichting gaan veel katten weer eten en komen ze beter tot rust. Als de oorzaak van de alvleesklierontsteking bekend is, wordt die ook behandeld.

Misselijkheid en overgeven bestrijden

Veel katten met pancreatitis hebben last van hevige misselijkheid. Ze smullen, kwijlen of weigeren hun eten omdat ze zich misselijk voelen. Om de misselijkheid te behandelen, kun je medicijnen zoals maropitant (Cerenia), ondansetron of metoclopramide gebruiken. Die verlichten de misselijkheid, waardoor veel katten weer beter gaan eten. Dat is belangrijk, zodat je kat weer op krachten komt.

De juiste voeding – Een belangrijk onderdeel van de behandeling

De juiste voeding speelt een belangrijke rol bij het herstel van je kat. Het kan helpen om de alvleesklier te ontlasten en de spijsvertering te ondersteunen. Het is belangrijk om hoogwaardige, licht verteerbare kattenvoeding te geven. Afhankelijk van de individuele situatie kan een aangepast vetgehalte zinvol zijn. Tegelijkertijd is een voldoende inname van hoogwaardige eiwitten belangrijk.

Om de spijsvertering van je kat niet onnodig te belasten, kan het handig zijn om meerdere kleine maaltijden per dag te geven. Sommige katten hebben tijdens de herstelfase baat bij een speciaal aangepast, licht verteerbaar dieet. Als je kat uit zichzelf niet meer wil eten, kan sondevoeding nodig zijn. Dat klinkt in eerste instantie misschien vreemd, maar het is vaak een belangrijk onderdeel van de behandeling, zodat je kat voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt. De keuze voor geschikt voer kan het herstel van je kat ondersteunen en is een belangrijk onderdeel van het voedingsbeheer op de lange termijn.

Gelijktijdige ziekten behandelen - pancreatitis komt zelden alleen

Bij pancreatitis zijn vaak ook andere organen aangetast of zijn er bijkomende aandoeningen. Vooral lever- of galwegziekten komen vaak tegelijk met pancreatitis voor, omdat de lever, de galwegen en de alvleesklier anatomisch en functioneel nauw met elkaar verbonden zijn. Als de galblaas niet goed werkt, kan dat de spijsvertering extra belemmeren en ook invloed hebben op de alvleesklier. Ook chronische darmaandoeningen, zoals inflammatoire darmziekten (IBD), komen bij getroffen katten vaak voor.

Een ander risico is het ontstaan van diabetes mellitus. Als de alvleesklier al ernstig beschadigd is, kan deze niet meer voldoende insuline aanmaken. In dat geval kan een aanvullende behandeling met insuline nodig zijn. Daarom is het belangrijk om de algehele gezondheid in de gaten te houden. Ook eventuele bijkomende aandoeningen moeten door een dierenarts worden behandeld, om de levenskwaliteit van je kat zo goed mogelijk te ondersteunen.

Home remedies voor alvleesklierontsteking - Helpen ze echt?

Aan sommige natuurlijke middelen, zoals kurkuma, mariadistel of omega-3-vetzuren, worden ontstekingsremmende eigenschappen toegeschreven. Er is tot nu toe echter onvoldoende wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit ervan bij pancreatitis. Ook probiotica zouden de darmflora stabiliseren, maar ook hier ontbreken betrouwbare onderzoeken naar het effect bij alvleesklierontsteking.

 

Houd er rekening mee dat huismiddeltjes geen vervanging zijn voor een behandeling door de dierenarts. Er is tot nu toe onvoldoende wetenschappelijk bewijs voor het gebruik ervan bij pancreatitis. Verkeerd toegepaste natuurlijke middelen kunnen je kat meer kwaad dan goed doen. Gebruik huismiddeltjes daarom alleen in overleg met je dierenarts.

Conclusie: Elke kat heeft een individuele behandeling nodig

Geen enkele vorm van pancreatitis is precies hetzelfde. Sommige katten hebben intensieve behandeling in de kliniek nodig, terwijl andere thuis goed verzorgd kunnen worden met aangepast voer en medicijnen. Het belangrijkste is dat je snel handelt. Hoe eerder de symptomen worden herkend en door een dierenarts worden behandeld, hoe beter de vooruitzichten op genezing in veel gevallen zijn. Ook al is chronische pancreatitis niet te genezen, het ziekteverloop kan met de juiste veterinaire zorg vaak goed onder controle worden gehouden. Zo kan je kat ondanks zijn aandoening een gelukkig leven leiden.

De juiste voeding bij pancreatitis

Een aangepast dieet is een belangrijk onderdeel van de behandeling en kan helpen de spijsvertering te ondersteunen en de alvleesklier te ontlasten. We laten je zien waar je op moet letten bij het voeren van je kat en wat belangrijk is bij het kiezen van geschikt voer.

Hoeveel maaltijden moet ik mijn kat geven?

Om ervoor te zorgen dat je kat zo goed mogelijk kan herstellen, kan het handig zijn om meerdere kleine maaltijden over de dag te verdelen. Bij katten met pancreatitis worden grote hoeveelheden voer vaak vermeden. In plaats daarvan wordt vaak aangeraden om 4 tot 6 kleinere porties over de dag te verdelen. Zo wordt de voedselinname gelijkmatiger verdeeld en kan de spijsvertering worden ondersteund.

Als je kat tot nu toe gewend is aan slechts twee maaltijden per dag, pak de overgang dan rustig aan. Katten zijn gewoontedieren en plotselinge veranderingen kunnen extra stress veroorzaken. Met veel geduld en een geleidelijke overgang kan je kat zich meestal goed aan het nieuwe ritme aanpassen.

Hoeveel moet ik mijn kat voeren?

Veel katten met pancreatitis hebben ondergewicht en moeten langzaam weer wat aankomen. Daarbij is het belangrijk om de spijsvertering en de alvleesklier zo min mogelijk onnodig te belasten. Verhoog de hoeveelheid voer geleidelijk en geef meerdere kleine porties verspreid over de dag. Hoeveel je kat precies nodig heeft, hangt af van haar gewicht, haar activiteit en haar gezondheidstoestand. Het is vooral belangrijk dat ze regelmatig eet en genoeg voedingsstoffen binnenkrijgt om weer op krachten te komen. Als ze ondanks een goede eetlust niet aankomt, kan een advies van de dierenarts helpen om de hoeveelheid voer aan te passen.

Waar moet ik op letten bij het kiezen van voedsel?

Een aangepast dieet is een belangrijk onderdeel van de behandeling van pancreatitis. Kies een hoogwaardig kattenvoer met licht verteerbare ingrediënten. Afhankelijk van je kat kunnen bijvoorbeeld licht verteerbare eiwitbronnen en goed verteerbare koolhydraatbronnen zoals rijst geschikt zijn. Let ook op een aangepast vetgehalte. Houd er daarbij rekening mee dat de vetgegevens van droog- en natvoer niet direct met elkaar te vergelijken zijn, omdat beide soorten voer verschillende hoeveelheden water bevatten. Op basis van de droge stof kan het vetgehalte van natvoer even hoog of zelfs hoger zijn dan dat van droogvoer.

Als richtlijn wordt bij katten met pancreatitis vaak een matig vetgehalte aanbevolen. Bij droogvoer ligt dit op maximaal ongeveer 10 % vet, wat neerkomt op zo’n 11 % vet in de droge stof. Bij natvoer ligt het aanbevolen vetgehalte op ongeveer 2 tot 2,5 % vet. Dat komt ook neer op zo’n 11 % vet in de droge stof. Om verschillende soorten voer goed te kunnen vergelijken, moet je daarom altijd kijken naar het vetgehalte in de droge stof. De droge stof geeft het gehalte aan voedingsstoffen in het voer weer zonder het watergehalte, waardoor je droog- en natvoer beter met elkaar kunt vergelijken. Het volgende diagram laat het vetgehalte van droog- en natvoer in een directe vergelijking zien.

Natvoer vs. droogvoer met een vetgehalte van 15 % in beide gevallen.

Naast het vetgehalte is ook de verteerbaarheid van het voer een belangrijke factor. Hoe makkelijker je kat de voedingsstoffen uit het voer kan opnemen, hoe minder de spijsvertering wordt belast. Als richtlijn wordt voor goed verteerbaar voer vaak een verteerbaarheid van ruw eiwit van meer dan 85 % en een verteerbaarheid van ruw vet van meer dan 90 % genoemd. Deze waarden staan helaas niet altijd op de verpakking vermeld. Bij twijfel kun je het rechtstreeks bij de fabrikant navragen.

Ook het ruwe-vezelgehalte geeft aan hoe goed een voer verteerbaar is. Ruwe vezels zijn onverteerbare bestanddelen die de spijsvertering beïnvloeden. Als richtlijn wordt voor katten met pancreatitis vaak een laag ruwe-vezelgehalte aanbevolen. Bij droogvoer ligt dit op maximaal ongeveer 4 % en bij natvoer op maximaal ongeveer 1 %. Een laag gehalte aan ruwe vezels kan ervoor zorgen dat het voer goed verteerbaar is.

Als je niet zeker weet welk voer het meest geschikt is, kan een speciaal dieetvoer voor katten met pancreatitis een goede keuze zijn. Dit dieetvoer is afgestemd op de specifieke voedingsbehoeften van katten met alvleesklierontsteking en valt op door zijn hoge verteerbaarheid en aangepaste voedingswaarde. Met geschikt dieetvoer kun je je kat precies geven wat hij nodig heeft en zijn voeding aanpassen aan de speciale eisen die pancreatitis stelt.

Heeft een kat met pancreatitis spijsverteringsenzymen nodig?

Spijsverteringsenzymen helpen je kat om voedingsstoffen uit het voer op te nemen. Ze worden in de alvleesklier aangemaakt en zorgen ervoor dat eiwitten, vetten en koolhydraten goed verteerd kunnen worden. Als de alvleesklier ontstoken is, kan de werking ervan verstoord zijn. Maar dat betekent niet automatisch dat elke kat met pancreatitis spijsverteringsenzymen nodig heeft.

In veel gevallen is een aangepast, licht verteerbaar dieet voldoende. Extra spijsverteringsenzymen komen meestal pas in aanmerking als de alvleesklier niet meer genoeg spijsverteringsenzymen aanmaakt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij exocriene pancreasinsufficiëntie (EPI), die in zeldzame gevallen ontstaat als gevolg van chronische pancreatitis.

Typische symptomen van EPI zijn vette diarree, sterk gewichtsverlies ondanks een goede eetlust en tekorten aan voedingsstoffen. In deze gevallen kunnen spijsverteringsenzymen helpen, die meestal als poeder door het voer worden gemengd. Dankzij de enzymen kan je kat de voedingsstoffen uit het voer weer beter opnemen. Hierdoor kan haar voedingsbalans verbeteren en wordt een gezonde gewichtstoename ondersteund.

Samenvatting - Geschikt voer voor katten met pancreatitis

Een aangepast dieet is een belangrijk onderdeel van de behandeling van pancreatitis. Hoogwaardige voeding met licht verteerbare ingrediënten voorziet je kat van alle belangrijke voedingsstoffen en is speciaal samengesteld om goed verteerbaar te zijn. Hier vind je een overzicht van de eigenschappen die kattenvoer bij pancreatitis zou moeten hebben:

matig vetgehalte (maximaal 2,5 % bij natvoer, maximaal 10 % bij droogvoer)

licht verteerbare eiwit- en koolhydraatbronnen (bijv. insecteneiwit en rijst)

hoge verteerbaarheid (verteerbaarheid van ruw eiwit meer dan 85 %, verteerbaarheid van ruw vet meer dan 90 %)

laag ruwvezelgehalte (maximaal 4 % bij droogvoer, maximaal 1 % bij natvoer)

Elke kat is uniek en soms duurt het even voordat je het juiste voer hebt gevonden. Maar je geduld loont de moeite. Met een goed afgestemde voeding kun je je kat optimaal ondersteunen en bijdragen aan haar levenskwaliteit.

Kosten van de behandeling van pancreatitis bij katten - Wat je moet betalen

De behandeling van een alvleesklierontsteking kan, afhankelijk van de ernst van de aandoening, verschillende kosten met zich meebrengen. De kosten voor de diagnose liggen meestal tussen de 200 en 500 €, afhankelijk van de omvang van het onderzoek. Het wordt vooral duur als je kat in een dierenkliniek moet worden opgenomen. De kosten voor infusen, pijnstillers en andere medicijnen kunnen de totale prijs flink opdrijven, waardoor een verblijf in de kliniek in totaal zo’n 400 tot 1.500 € of meer kan kosten.

De kosten voor speciaal dieetvoer kunnen, afhankelijk van het product, zo’n 40 tot 80 € per maand bedragen. Controlebezoeken kosten vaak tussen de 50 en 150 €, en ook medicijnen kunnen, afhankelijk van de behandeling, zo’n 10 tot 50 € per maand kosten.

Een ziektekostenverzekering voor huisdieren kan helpen om de behandelingskosten te verlagen. Meestal moet de verzekering al zijn afgesloten voordat de ziekte zich voordoet. De meeste ziektekostenverzekeringen voor huisdieren vergoeden alleen de kosten voor aandoeningen die zich voordoen na de ingangsdatum van de overeenkomst en, indien van toepassing, na afloop van een afgesproken wachttijd.

Omdat de behandeling voor elke kat anders is, kunnen de kosten sterk variëren. Een vroege diagnose en een consequente behandeling kunnen helpen om de kosten op de lange termijn te drukken en de levenskwaliteit van je kat te behouden.

De 7 meest gestelde vragen over alvleesklierontsteking bij katten

Pancreatitis komt vaak onverwacht en roept veel vragen op. Is de ziekte te genezen? Welke behandelingsmogelijkheden zijn er? Wat betekent de diagnose voor je kat? Hier vind je antwoorden op de belangrijkste vragen en kom je te weten hoe je je kat het beste kunt ondersteunen.

Hoe uit pancreatitis zich bij katten?

Katten verbergen pijn vaak heel goed. Als je kat ineens zijn eten weigert, zich terugtrekt of zwakker lijkt, moet je daar goed op letten. Sommige katten vertonen ook symptomen zoals braken, buikpijn of gewichtsverlies. Als je merkt dat er iets niet klopt, is het verstandig om snel naar de dierenarts te gaan.

Hoe lang duurt het voordat een kat herstelt van pancreatitis?

Hoe snel je kat herstelt van pancreatitis, verschilt per kat. Bij acute pancreatitis kan haar toestand binnen een paar dagen verbeteren, mits de aandoening in een vroeg stadium door een dierenarts wordt behandeld. Sommige katten hebben meer tijd nodig om weer op krachten te komen. Als je kat chronische pancreatitis heeft, zijn vaak een blijvend aangepast dieet en regelmatige controles bij de dierenarts nodig. Het is belangrijk om geduldig te blijven en je kat zo goed mogelijk te ondersteunen.

Kan pancreatitis vanzelf genezen?

Pancreatitis geneest zelden zonder behandeling door een dierenarts. Meestal is een gerichte behandeling nodig om het risico op complicaties te verminderen. Ook nadat je kat de pancreatitis heeft overwonnen, is aangepast voer vaak een belangrijk onderdeel van de verdere zorg. Als je vermoedt dat je kat pancreatitis heeft, moet je hem zo snel mogelijk door een dierenarts laten onderzoeken. Een onbehandelde pancreatitis kan ernstige gevolgen hebben en in ernstige gevallen levensbedreigend zijn.

Wat te eten bij pancreatitis?

Een aangepast dieet is een belangrijk onderdeel van de behandeling van pancreatitis. Kies voer van hoge kwaliteit met licht verteerbare ingrediënten. Afhankelijk van de samenstelling kunnen bijvoorbeeld rijst of insecteneiwitten geschikte ingrediënten zijn. Een laag gehalte aan ruwe vezels kan wijzen op een goede verteerbaarheid. Daarnaast moet de verteerbaarheid van ruw eiwit en ruw vet zo hoog mogelijk zijn. Let op een matig vetgehalte en geef je kat het liefst meerdere kleine maaltijden verspreid over de dag. Met aangepaste voeding kun je je kat bij pancreatitis zo goed mogelijk ondersteunen.

Wanneer moet een kat met alvleesklierontsteking worden geëuthanaseerd?

Dat is een moeilijke vraag waar niemand graag voor staat. Zolang je kat nog van het leven geniet, eet en een goede levenskwaliteit heeft, is er meestal geen reden om aan euthanasie te denken. Als ze ondanks behandeling veel pijn heeft of haar levenskwaliteit blijvend sterk beperkt is, moet je het gesprek met je dierenarts aangaan. Samen kunnen jullie beslissen wat het beste is voor je kat. Dat is natuurlijk geen makkelijke beslissing. Als het lijden van je kat niet meer voldoende verlicht kan worden, kan euthanasie in bepaalde gevallen de meest diervriendelijke beslissing zijn.

Welke medicijnen helpen bij alvleesklierontsteking bij katten?

Pancreatitis kan heel pijnlijk zijn voor je kat. Daarom maken pijnstillers zoals buprenorfine vaak deel uit van de behandeling. Veel katten hebben daarnaast last van misselijkheid, gebrek aan eetlust en braken. In die gevallen worden medicijnen zoals maropitant (Cerenia) of ondansetron gebruikt om misselijkheid en braken te verlichten. In ernstige gevallen kunnen infusen nodig zijn om de vocht- en bloedsomloopbalans te stabiliseren. Antibiotica zijn zelden zinvol, omdat pancreatitis meestal niet door bacteriën wordt veroorzaakt. Welke medicijnen worden gebruikt, hangt af van de gezondheidstoestand van je kat en wordt bepaald door de dierenarts.

Helpen probiotica bij katten met alvleesklierontsteking?

Probiotica kunnen de darmflora van je kat ondersteunen. Dat ze helpen bij pancreatitis is tot nu toe echter nog niet eenduidig bewezen. Omdat de alvleesklier nauw samenwerkt met het spijsverteringskanaal, kan een gezonde darmflora de normale spijsvertering ondersteunen. In bepaalde gevallen kunnen probiotica zinvol zijn, vooral als er ook maag- en darmklachten zijn. Sommige katten verdragen probiotica goed, maar andere kunnen er gevoelig op reageren. Overleg daarom altijd met je dierenarts voordat je ze toedient, zodat je het juiste product en de juiste dosering kunt vinden.

Conclusie: Leven met alvleesklierontsteking - Wat betekent de diagnose voor mijn kat?

De diagnose pancreatitis is in eerste instantie best schrikbarend, maar het hoeft niet meteen het einde te betekenen. Veel katten herstellen goed als ze vroeg door een dierenarts worden behandeld en goed worden verzorgd. Een aangepast dieet, regelmatige controles bij de dierenarts en een zo stressvrij mogelijke omgeving zijn belangrijke onderdelen van de langdurige zorg en kunnen helpen om je kat zo goed mogelijk te ondersteunen.

Veel katten hebben ondanks een alvleesklierontsteking een normale levensverwachting. Een acute pancreatitis kan bij tijdige behandeling volledig genezen. Bij chronische pancreatitis zijn vaak een blijvend aangepast dieet en regelmatige controle bij de dierenarts nodig. Medicijnen worden ingezet afhankelijk van de klachten. Met een aangepaste behandeling en goede zorg kan je kat toch een lang en gelukkig leven leiden.